2CV AZU dans son jus


2CV AZU dans son jus

De AZU van "Bertje beige" is geconserveerd, maar niet gerestaureerd. Voor Bert is de Besteleend een gebruiksvoorwerp en een hamer restaureer je toch ook niet? Het tijdschrift Klassiek & Techniek heeft zijn verhaal opgetekend en wij zijn blij dat we Citroën-Forum.nl kunnen laten meegenieten.

De 2CV staart me geduldig aan in het dorpje Cornwerd, gelegen aan de boorden van de oude Zuiderzee. Het klinkt bekender in de oren vanwege de verderop gelegen sluis Kornwerderzand aan het begin van de Afsluitdijk dan om het dorp zelf. De waaltjes en de weilanden vormen een prachtig oud decor voor een door en door verweerde 2CV AZU. De Citroën van 1962 komt in 2012 naar de huidige eigenaar. De vorige eigenaar was een Franse elektricien in de buurt van Limoges. De Citroën is flink gebruikt en heeft hieraan de nodige gebruikssporen overgehouden. Het overlijden van de elektricien maakt dat het wagentje op de markt komt en naar Nederland gehaald wordt. Bert denkt na over de prijs die hij er voor over zou hebben en ziet plotsklaps het prijskaartje. Het verschil is overbrugbaar en Bert heeft er een nieuw project bij. De procesoperator uit Makkum heeft al eerder met het voor hem bekende Eendenbijltje gehakt, maar laat nu, in tegenstelling tot een vorige 2CV-restauratie, de huidige staat de hoofdrol spelen. Een eerder gerestaureerde Acadiane van Bert behoudt dezelfde sleetse origine, maar met iets minder patina. Natuurlijk is een auto uit stilstand altijd opgezadeld met remproblemen, roest en onwillige onderdelen, maar het plan in Berts hoofd laat hem niet meer los. De 2CV wordt in rijdende staat teruggebracht, in originele staat, maar niet gerestaureerd. In een land vol klassiekerbezitters leidt deze terminologie soms tot verwarring. Wat is origineel en wat is dan ongerestaureerd? We brengen de prachtige AZU van Bert hier voor het voetlicht. Oordeelt u zelf maar.

Roest lijkt een thema in het huis van Bert. De sympathieke Citroën-liefhebber heeft achter de zelden gebruikte voordeur een binnenkomer van jewelste met een motorkap van een HY aan de muur. Roestig, half vergaan. En zelf ergens gevonden. In de woonkamer staat in de hoek een museale opstelling met een Solex-brommer, compleet met accessoires als ware het een verkoopetalage, en aan de wand een close-up van de OLD-dakdrager die op de 2CV zat. Een hulpstuk dat het wagentje nog een kilometer of wat trager maakt. De dakdrager en de 2CV gaan sindsdien meestal gescheiden door het leven. De roestbroccoli die het leven op het dak heeft veroorzaakt, is mooi fotogeniek vastgelegd.

Bert is een man van weinig opsmuk; wat je ziet, is wat er is. Van die dingen. En eindelijk heeft hij de juiste auto erbij gevonden.  De 2CV is naturel en ook wel weer bijzonder. Zoomen we in op de details, dan komen we tot de vaststelling dat deze 15 PK er eentje is met de nieuwe motorkap. De eerste stap naar de nieuwe efficiency van de fabriek aan de Quai de Javel. Was de oude ribbelkap nog slecht te stapelen, de nieuwe 5-nervenkap stapelt veel beter op elkaar. De AZU krijgt deze wijziging uiteraard ook mee op een andere locatie, ze wordt sinds 1955 aan de avenue d’Ivry geassembleerd, bij Panhard. De spatborden voor zijn echter een beetje een vreemde eend (!) in de bijt, want van een soort babyblauw, terwijl de rest in een soort middenblauw is gespoten, maar inmiddels is het in de kleur bijgewerkt. Waar er nog verf op de 2CV zit althans. Na de aanschaf door Bert blijkt het chassis gaaf, de bodem van geperforeerd ijzer en de laadbak door een aanrijding beschadigd te zijn. Dat is trouwens nog steeds goed te zien. De bodemplaten zijn met noodzakelijk laswerk door Bert hersteld, de extra rillen door de aanrijding zijn er zoveel mogelijk uitgetrokken. In het chassis zat een heel klein gaatje, veroorzaakt door een muizennest. Dat gaatje is uiteraard geruisloos dichtgelast. Het blok is niet gereviseerd, dat bleek niet nodig. De koppeling is vervangen; de eigenaar had misschien een luie linkervoet die graag rustte op het koppelingspedaal, maar erg geleden heeft het motorblok niet.

We lopen niet meer om de AZU heen, maar stappen in. De 2CV veert gewillig mee. De D van demarreur wordt uitgetrokken, waarna het blok een heel viriele loop ten gehore geeft. Schoongemaakt en wel staat de 2CV te schuddebuiken van plezier. Onder de motorkap zien we stiekem wel wat aanpassingen. Het geheel heeft een authentieke uitstraling, maar Bert is niet gek. Richtingaanwijzers aan de voorzijde. Je zou ze verwachten op de spatborden, maar ze zaten er af-fabriek niet. Op fabrieksfoto’s uit juni 1961, wanneer de AZU de nieuwe kap krijgt, ontbreekt hiervan ook elk spoor. Richting aangeven lijkt plotseling weer een kwestie van je hand uitsteken, waar de klapramen van origine ooit voor zijn bedoeld. In maart 1963 wordt het laadgedeelte gemoderniseerd, ondermeer door de rillen uit de bovenste helft vlak te maken, waardoor er eenvoudiger reclameteksten aangebracht kunnen worden. Teksten heeft de AZU van Bert niet nodig, want aandacht is zo ook wel verzekerd. In de koplampen heeft Bert een aanpassing gemaakt, die vandaag echter niet zo happig is op werken. De gloeilamp voor de kijkers links werkt minder mee dan die rechts. De kabelboom is niet gewijzigd, maar er zit wel LED in de koplampen als stadslicht.  Kijken we naar de onderzijde, dan zien we wel iets bijzonders. De binnenzijden van de spatborden staan er strak en vol in de verse lak bij. Het chassis en de onderzijde zijn behandeld met RX10. De kleur komt niet geheel overeen met de kleur van de Eend, maar een kniesoor die daarop let. De binnenzijde van de voorspatborden is dus kraakhelder blauw. Net als de velgbinnenzijden in een juiste kleur grijs zijn gespoten. De buitenzijde is doorleefd, maar dan geconserveerd.

Het dashboard is minimalistisch, om een understatement te maken. De ruitenwissers werken op de kilometerteller. Het is al vaak opgeschreven, maar mooi om te zien dat het ook zo werkt. Het gaspijpstuur voelt anders aan, maar eigenlijk ook wel erg fijn. De schakeling van de paraplugreep moet een weinig beslister dan bij een modernere Eend. Daarbij is het bij het schakelen naar de 4 rechtstreeks vanuit de 3 nodig meteen de pook te verdraaien naar rechts en niet door eerst naar het neutrale gebied te gaan halverwege de paraplustang, zoals bij latere types.

De werkomstandigheden bij Bert zijn om over naar huis te schrijven. Naast het huis ligt een als stoep vermomde oprit. En alvorens het huis aan te schaffen, verzekerde Bert zich ervan dat er een 2CV langs kan. Het schuurtje aan het einde van de oprit kan er wel eentje hebben, maar dan moet je er natuurlijk wel naartoe kunnen. De beige 2CV6 staat er vandaag in geparkeerd. Daarvan is ooit eerst het chassis in de schuur gerestaureerd en later de carrosserie. Een zelfde volgorde als bij de AZU.

Het conserveren van de delen die min of meer uit het zicht zijn, doet Bert met op kleur gemaakte RX10. Met RX5 conserveert Bert de delen waar de zichtbare roest mag blijven. De vliegroest op de Eend mag dat, maar de geperforeerde delen zijn vervangen. Wat overblijft is historisch verantwoord patina. De Eend vertelt iets over de eigenaar. Bert houdt van doorleefde dingen. Van iets tentoonstellen. Een rijdende 2CV in deze staat is meer dan vragen om aandacht, het is het maken van een statement. Het is een andere beleving dan de ratlook, voor zover daar al een definitie van te geven is. Daar komt heel wat tuning bij kijken, en dat doet Bert dus in het geheel niet.

Alle verkeersdrempels kunnen Eend-waardig, of moet ik zeggen Citroën-waardig, genomen worden, dus plankgas. Het lijkt er bijna op dat Bert zichzelf vergelijkt met een gebruiksvoorwerp. Ook hijzelf is wars van opsmuk. In 1994 koopt Bert zijn eerste Eend. Vanaf die tijd heeft het virus hem te pakken. De eenvoud van de techniek en de doordachtheid van de constructie houden hem in zijn greep. Tijdens de proefrit, waarbij we ook nog eens volgas de Afsluitdijk op gaan, begint de plaatselijke brandweer aan een oefening. Lege slangen worden uitgerold en de mannen hebben wat te kijken als er een roestige Eend met twee bonken van kerels kriskras door het dorp blijft rijden. De techniek is soms wat minder van het starten dan Bert gewend is. Ik had al een bobine op de plank voorin de auto zien liggen, meestal een teken dat er wel eens gedonder onder de kap is. Eenmaal thuis voor een korte evaluatie, doet de AZU niets meer. Na de koffie blijkt de Eend weer leven te geven, wanneer Bert onder het toeziend oog van het brandweerkorps de 2CV start. Hij gaat de kleppen stellen en de ontsteking nalopen. Gek genoeg mankeert de richtingaanwijzer rechtsvoor (ingebouwd in de koplamp) ook niets meer. De weigering van de 2CV om aan te slaan was werkelijk voor het eerst. Dit blijkt de gebruikelijke oprisping te zijn van een net afgeronde conservering. Een Velleman-transistorontsteking is de laatste onzichtbaar weggewerkte aanpassing geweest. Bert rijdt alweer 3.000 km probleemloos. De man met de hamer is in geen velden of wegen meer te zien.

Dit artikel is eerder verschenen in nummer 218 van het tijdschrift Klassiek & Techniek. Je kunt hier reageren.

tekst: Wim Noorman, foto´s: Wim Noorman en Bertje beige

© Citroën-Forum 2003 - 2024 | adverteren
Facebook