Zo rijdt de nieuwe C4 Picasso


Sinds ruim een half jaar is de vernieuwde C4 Picasso beschikbaar op de Nederlandse markt. Van buiten is de MPV op details bijgeschminkt. Onderhuids veranderde er veel meer: allerlei nieuwe technieken deden hun intrede. Toevallig sponsort Citroën de tentoonstelling Picasso aan Zee. Alle reden om met de ene Picasso die andere Picasso met een bezoek te vereren.

Enkele weken terug ontving de redactie een mailtje van Citroën Nederland. Of we zin hadden in een bezoekje aan de tentoonstelling Picasso aan Zee in Den Haag. Citroën Nederland zorgt voor het vervoer. Voor we de sleutels van de Grand C4 Picasso II.2 in ontvangst mogen nemen, krijgen we eerst een lunch met daarna een korte rondleiding door het museum. De gids geniet duidelijk van de kunsten van Picasso. Met smaak vertelt ze over de borden, vazen en andere gebruiksvoorwerpen die hij beschildert. Op het binnenterrein van het museum Beelden aan Zee staat een C4 Picasso te glimmen.

Even later krijgen we de beschikking over een Grand C4 Picasso met alle luxe en comfort die je maar kunt bedenken. Leren bekleding, stoelmassage, verkeersbordherkenning, automatische stopfunctie en een handfree achterklep. De kleur is vergelijkbaar met het weer van die dag, tamelijk grijs.
Terwijl Wouter Janssen rijdt, laat ik mijn rug masseren en geniet ik van het uitzicht door de grote voor- en zijruiten. Ik kijk achterom en zie dat er achter me nog een heel stuk auto zit. Wat een geweldig ruime en comfortabele auto is dit. Hiermee zie ik me wel een weekendje naar Frankrijk crossen om wat dozen wijn in te slaan.

Na een korte stop voor een fotoshoot neem ik het stuur over. We rijden verder binnendoor naar Amsterdam. De rust aan boord valt op. Een tijdje terug reed ik een weekend in een SUV van het merk met het wybertje. Bij die auto is het roemruchte Franse comfort wel verdwenen. De Picasso is comfortabeler. Het ritje tussen Amsterdam en Den Haag was net te kort om alle technieken aan boord te proberen en te testen. Wel heb ik een prettige indruk van de Grand C4 Picasso gekregen. Een fijne auto waarmee je op je gemak grote afstanden aflegt. En dan ben je blij met de coffeebreak alert. Want anders rij je non-stop naar het zuiden.

Je kunt op dit artikel reageren in dit topic.

PS: De Picasso is fijn; ‘verliefd’ werd ik op dat nieuwe kleine Citroënnetje. Daarover later meer.

tekst: XMTurboCT; foto’s: XMTurboCT, Citroën Communication

Vakantieautotest: Citroën Grand C4 Picasso vs. Opel Zafira


Menig gezin vecht nu over de hoeveelheid vakantiebagage. Een MPV kan uitkomst bieden. Citroën doet al sinds de Evasion mee, dus er valt tweedehands heel wat te kiezen. Maar waar moet je beginnen? We doen een vergelijkend onderzoek Kein Geloel of joie de vivre?

Voor deze test hebben we de beschikking over een Grand C4 Picasso 1.6 HDi Exclusive en een Opel Zafira 1.8 Cosmo. Beide uit 2007, beide voorzien van het hoogste uitrustingsniveau en een semi-automatische versnellingsbak, beide met een slordige twee ton achter de wielen. Het tweekoppige testpanel wordt gevormd door een inmiddels redelijk verstokt Citroën-rijder en de eigenaar van de Opel. We zijn benieuwd of we onze vooroordelen de baas kunnen en stellen onszelf de vraag: met welke MPV zouden wij het liefst op vakantie gaan?

De testauto’s naast elkaar
Onze test-Picasso is een beetje een vreemde eend in de bijt. De 1.6 HDi was bij ons niet leverbaar als Exclusive met semi-automatische versnellingsbak. Dankzij dit uitrustingsniveau zit de oorspronkelijk in Frankrijk geleverde auto bijzonder ruim in de snufjes. Elektrische ramen en spiegels, gescheiden klimaatregeling links en rechts, cruise control, zelfdimmende binnenspiegel, parkeersensoren voor en achter, licht- en regensensor, radio met stuurbediening, niveauregeling, panoramadak: het zit er allemaal op. Enig minpuntje is het ontbreken van een navigatiesysteem, al hoeft dat gelet op de kwaliteit van de fabrieksnavigatie in Citroëns van die generatie geen nadeel te zijn. Ook in de Zafira is er geen klagen over toeters en bellen. Ten opzichte van de Citroën ontbreken vooral het panoramadak, de niveauregeling en, ietwat onhandig voor een auto van deze omvang, de parkeersensoren. Grote plus ten opzichte van de Citroën is de aanwezigheid van een eenvoudig, maar prima functionerend fabrieksnavigatiesysteem.

Wat kost zoiets nou nog?
Nieuwprijzen vergelijken is tamelijk zinloos, aangezien de Picasso bij ons niet leverbaar was in deze uitvoering. In Frankrijk kostte deze auto een slordige €29.000, maar daar kent men geen BPM. Een benzine-Picasso in deze uitvoering kostte bij ons destijds zo’n €34.000, rond €2.000 meer dan de Zafira. De prijs van de dieselversies lag bij beide modellen rond de €38.000. In negen jaar tijd is er op beide auto’s aardig afgeschreven en tweedehands is er van prijsverschil geen sprake meer. Voor een bedrag tussen de €5.000 en €7.000 heb je een behoorlijke keuze in aangeklede Zafira’s en Picasso’s, al zal de behoefte aan een (semi-)automatische versnellingsbak met name het aanbod van Picasso’s sterk beperken.

Eerst maar even banden trappen
Voordat we op weg gaan, zetten we de auto’s eerst maar eens naast elkaar. Het is leuk om te zien hoezeer beide auto’s overeenkomen, maar hoe beide merken toch een geheel eigen invulling hebben gegeven aan het basisconcept van de zevenzits MPV.

De Zafira oogt hoger, maar dat komt vooral door de oplopende daklijn en de geringere lengte. De Picasso is iets hoger en breder en ruim 10 centimeter langer dan de Zafira. Praktisch voordeel biedt dat overigens niet; het lengteverschil lijkt vooral in de voor Citroën kenmerkende grotere overhang aan de voorzijde te zitten. Qua kofferruimte doen beide auto’s niet voor elkaar onder.

Het verschil in ontwerpopvatting komt vooral tot uiting in het interieur. Bij Opel moet “kein Geloel” het leidende principe zijn geweest. Het instrumentenpaneel is traditioneel van opzet, met analoge klokken waar je ze verwacht. De middenconsole is wat plomp en vrij druk, met veel knoppen en een bovenin geplaatst display voor radio, boordcomputer en navigatie. Enige frivoliteiten zijn de tweekleurige halflederen bekleding en de hoofdtelefoonaansluitingen voor de achterpassagiers. In de Picasso is meer ruimte voor “joie de vivre”. Het dashboard oogt opgeruimder dan dat van de Opel en is voorzien van een groot centraal display onder een fors afdak. Dat display biedt vl informatie en is daardoor ook nogal onoverzichtelijk. Vreemd is de plek van de knopjes voor ventilatie en climate control. Deze zijn geclusterd rond het linker ventilatierooster en de bediening onder het rijden vergt de nodige gewenning. De Picasso bevat meer leuke snufjes, zoals in de voorstoel ge?ntegreerde leeslampjes voor de achterpassagiers en een kofferbakverlichting die ook als zaklamp gebruikt kan worden.

Over de afwerking is weinig reden tot klagen. Nou, vooruit: het verbaast niet echt dat je in de Picasso met gemak je hand achter het paneel van de kaartleeslampjes kunt laten verdwijnen en in de Zafira roept de kwaliteit van de kunststof op het onderste deel van het middenconsole on-Duitse associaties op. Op de bekleding is niet bezuinigd: halflederen grijs-met-bruine bekleding in de Zafira en dik zwart velours in de Picasso. In beide auto’s zijn leeftijd en gebruik niet aan de staat van de bekleding af te lezen. In de Citroën blijkt dit hooguit uit de afbladderende verf van een schakelaar en de handgreep op het linker voorportier. In de Opel is in het geheel geen slijtage te bespeuren.

Tijd voor een kijkje op de achterbank. Hier moet de Citroën-liefhebber van ons testduo de eerste teleurstelling verwerken, want echt lekker zit je als lange volwassene niet op de drie stoelen van de tweede zitrij. De rugleuning staat erg rechtop en de dikke voorstoelen hebben een behoorlijk negatief effect op de beenruimte. Dit is beter in de Opel, waar de zit op de achterbank wat relaxter is en de benen meer ruimte hebben.

Op papier hebben we te maken met zevenzitters, maar bij beide midi-MPV’s betekent dit vooral keuzes maken. Met de derde zitrij uitgeklapt, blijft er namelijk vrijwel geen bagageruimte meer over.
Voor de vakantiebagage ben je dus aangewezen op een dakkoffer of aanhanger, als je daadwerkelijk met zes of zeven personen in de auto op vakantie wil. In de praktijk zul je dit echter niet snel doen, want de passagiers op de derde zitrij zullen het in geen van beide auto’s een hele vakantierit uithouden. Kleine kinderen kunnen met de geboden ruimte wellicht uit de voeten, voor volwassen passagiers is de derde zitrij van de Picasso een absolute marteling. De stoelen zijn weliswaar letterlijk in een handomdraai uit de kofferbakbodem omhoog getoverd en beduidend beter bereikbaar dan in de Zafira, maar de beenruimte is bijna nihil en goed beschouwd kun je hier alleen zitten als de tweede zitrij naar voren geschoven wordt, wat er weer toe leidt dat de passagiers daar hun benen niet meer kwijt kunnen. Het opklappen van de derde zitrij van de Opel vergt wat meer handelingen en je moet de nodige capriolen uithalen om ze te bereiken, maar eenmaal gezeten, zijn langere passagiers hier beduidend beter af.

Inpakken en wegwezen
Na deze indrukken is het hoog tijd voor een proefrit. De 1.6 HDi biedt ook in een grote auto als de Picasso voldoende trekkracht. De motor is wel wat rumoerig, waardoor je het gevoel krijgt dat hij er flink aan moet trekken. De zesversnellingsbak laat zich bedienen met een wat Amerikaans aandoende hendel aan de stuurkolom. Kies je voor handmatige bediening, dan kan er met de flippers achter het stuur op- en teruggeschakeld worden. De flippers kunnen echter ook in de volautomatische stand gebruikt worden. De semi-automaat schakelt als een handbak, met duidelijk merkbare wisselingen van verzet.

Zoals het een Citroën betaamt, is het onderstel vooral gericht op een comfortabele reis van A naar B. Dat leidt volgens de Opel-rijder tot een nogal ‘sponzig’ weggedrag. De Picasso helt inderdaad nogal over en deint behoorlijk na bij snelle stuurbewegingen. Remmen gaat dan weer allesbehalve op-zijn-Citroëns, want er moet aardig doorgetrapt worden om snel tot stilstand te komen. De stoelen zijn uitgebreid instelbaar, maar gek genoeg is het de Citroën-rijder van ons testduo die er niet in slaagt om een prettige zitpositie te vinden.

Dat is anders in de Opel. Sturen gaat lekker direct en de kenmerkende Duitse stevigheid in de vering is onmiskenbaar aanwezig. Hierdoor worden oneffenheden nadrukkelijker doorgegeven dan in de Picasso, maar zelfs de Citroën-rijder moet toegeven dat het nergens oncomfortabel wordt. Sterker nog, de zit achter het stuur van de Zafira bevalt hem beter dan die in de Picasso. De vijfversnellingsbak van de Opel krijgt wel de nodige kritiek. Het ding lijkt een eigen leven te leiden, wat er bij accelereren toe kan leiden dat opeens twee verzetten teruggeschakeld wordt, waardoor je met gillende motor op de snelweg invoegt. Overschakelen op handbediening biedt uitkomst, maar vreemd is het wel. De Opel komt met zijn 1.8 liter en 140 pk prima mee.

Hoewel we met grote en behoorlijk zware auto’s op pad zijn, vallen de gemiddelde verbruikscijfers zeker niet tegen. De Picasso 1.6 HDi is behoorlijk zuinig, 1 op 16 gemiddeld is met een niet te drieste rijstijl makkelijk haalbaar. Dat haalt de benzinemotor van de Opel natuurlijk niet, maar een gemiddelde van 1 op 12 is zonder meer keurig voor een negen jaar oude auto van ruim 1.400 kilo.

De verrassende conclusie
Tsja, en dan terug naar de hamvraag: met welke van de twee gaan we op vakantie? De antwoorden zijn verrassend te noemen. Bij Frank, eigenaar van de test-Zafira, steekt toch nog even een bekend vooroordeel de kop op: “Voor de dagelijkse kilometers wil ik een auto die gewoon doet wat-ie moet doen en kies ik zonder meer de Opel. De Citroën is een wat vrolijkere auto. Hij rijdt prettig en het panoramadak zorgt absoluut voor meer zomer in de auto. Voor de vakantie zou ik kiezen voor de Picasso.” Freek: “Mooi vind ik ze geen van beide; een auto moet een neus hebben. Ik krijg in een MPV altijd het gevoel alsof ik in een vissenkom zit. Alleen voor een eerste serie Espace zou ik een uitzondering maken. Als Citroën-rijder zou ik normaal gesproken de Picasso kiezen. Ik ken de auto beter en het comfort en het interieur spreken me meer aan. De beperktere ruimte en de mindere zit op de achterbank vielen me echter tegen; daar zou ik niet graag zelf zitten. In de Zafira had ik ook op de bestuurdersstoel makkelijker een goede zitpositie gevonden. Als ik nu moest kiezen, dan zou ik toch de Opel nemen.” Lezers van Citroën-Forum.nl hoeven echter niet te wanhopen, want Freek legt zijn vakantiekilometers ook dit jaar per CX af.

Je reactie op deze test kun je hier plaatsen.

tekst en foto’s: Freek Mulder en Frank Thuss

Facelift (Grand) C4 Picasso


Sinds 2013 is de huidige generatie (Grand) C4 Picasso 300.000 keer verkocht. Vanaf de zomer treedt hij nog dynamischer en prestigieuzer op dankzij onder meer een nieuwe neus, een tweekleurig dak en nog meer mogelijkheden voor personalisering.

De vernieuwde C4 Picasso onderscheidt zich door een krachtig en expressief design, met dynamische lijnen en een unieke lichtsignatuur aan voor- en achterzijde. De ruimtelijke proporties kenmerken zich door compacte buitenafmetingen met een toonaangevende interieur- en kofferruimte. Het interieur laat een zuivere, heldere sfeer zien en materialen die bijdragen aan de indruk van kwaliteit en welzijn. De C4 Picasso laat alle inzittenden dankzij de afstelling van het EMP2-platform genieten van een onberispelijk rijgedrag en typisch Citroën-comfort.

Vanaf de introductie kon de C4 Picasso rekenen op diverse technologieën die het welzijn verhogen, zoals een touch screen voor alle rijfuncties. Ook tal van andere innovaties, zoals Vision 360, Park Assist en de adaptieve cruise control dragen bij tot een ontspannen rijgedrag. De nieuwe Citroën C4 Picasso bouwt voort op deze kwaliteiten en biedt een nog aantrekkelijker design met vloeiende en moderne lijnen die zijn karakter en dynamiek benadrukken. De nieuwe voorzijde is voor beide modellen gelijk, maar de nieuwe achterlichten met 3D-effect zijn verschillend voor de C4 Picasso en de Grand C4 Picasso. Verder komen er nieuwe 17” lichtmetalen velgen, een tweekleurig dak op de C4 Picasso en een afzonderlijke kleur voor de dakbogen (voortaan Silver op de Grand C4 Picasso) in combinatie met drie nieuwe koetswerkkleuren.

Het welbevinden van alle inzittenden wordt verder versterkt door de keuze uit vier nieuwe interieursferen, die klanten verder kunnen personaliseren om een interieur naar hun beeld en op maat van hun eigen stijl te creëren. Bij de technologieën die het leven vergemakkelijken, verenigt de nieuwe generatie van Citroën Connect Nav via een 7” touch screen tablet een grotere reactiviteit met nieuwe connected services. Dit systeem optimaliseert ook de bediening van het 12” grote HD-scherm om de flexibiliteit en leesbaarheid te verhogen. Een andere nieuwe technologie om het dagelijkse leven soepeler te laten verlopen, is de handsfree achterklep, die met een voetbeweging geopend kan worden.

De lijst technologieën om het rijden te vergemakkelijken en de veiligheid te verhogen, bevat onder meer verkeersbordendetectie met snelheidsaanbevelingen, de adaptieve snelheidsregelaar met stopfunctie, de rijstrookwaarschuwing, Active Safety Brake, de vermoeidheidsdetectie en de actieve dodehoekdetectie.

Op het gebied van de motorisering komt de PureTech 130 S&S EAT6 als aanvulling op het uitgebreide gamma Euro6 PureTech- en BlueHDi-motoren die uitstekende prestaties aan een laag verbruik koppelen.

Je kunt hier reageren op dit artikel.

bron: persbericht Citroën Nederland

De C4 Picasso Grand Cru 2015


We hebben recent met diverse maten, uitrustingen en motorisaties van de (Grand) C4 Picasso gereden. Jullie hebben daar al het nodige over gelezen of er tenminste de gelegenheid voor gehad. Zo enthousiast zijn we over de Picasso anno 2015 dat we een samengevatte presentatie aanbieden.

We gaan om te beginnen even terug naar 1999, het jaar waarin de oorspronkelijke Xsara Picasso op de markt kwam. De Renault Mégane Scénic, die eigenlijk als stamvader van de midi-MPV kan worden gezien, was een jaar of drie eerder gepresenteerd en bleek een ware hit. De Xsara Picasso was een van de eerste alternatieven voor de Scénic en kostte de Scénic niet eens marktaandeel, maar zorgde juist voor een groei van het segment. Het eigenwijze uiterlijk, sommigen vergelijken het met een paasei, het zeer flexibele interieur en het voor ons merk zo kenmerkende comfort vormden een goede mix. Het succes smaakte naar meer en in 2006 verscheen de C4 Picasso met als nieuwe grote broer de Grand C4 Picasso met zeven zitplaatsen. Het futuristische uiterlijk met de kenmerkende ver naar boven doorlopende voorruit en het nog veelzijdigere interieur trok een nog grotere kopersgroep. Op het motorenvlak was er ook weer genoeg te kiezen en eerlijk gezegd waren ze met uitzondering van de vreselijk onderbemeten 1.6 VTi allemaal een goede keus. Qua versnellingsbakken begon Citroën behoorlijk achter te lopen, een viertraps automaat en de traag schakelende gerobotiseerde bak konden zich niet meten met wat de concurrentie te bieden had. Qua betrouwbaarheid was het echter al een behoorlijk uitontwikkelde auto, al kan het in het interieur na een paar jaar behoorlijk rammelen en breekt er nog wel eens een plastic element af.

Dan spoelen we door naar 2015, de tweede generatie van de C4 Picasso en zijn grote broer Grand C4 Picasso zijn twee jaar op de markt. De eerste serie motoren is inmiddels afgelost door een volgende generatie waar onder andere de prijswinnende driecilinder Puretech deel van uitmaakt. De inmiddels vertrouwde vierpits THP is een vaste waarde gebleken en levert inmiddels 165PK. Omdat we met vrijwel alle uitvoeringen hebben gereden, hebben we wel een duidelijk beeld gevormd van wat we wel of niet zouden kiezen, als we zelf een Picasso uit zouden mogen kiezen. Laten we dat punt eerst nog maar even maken: de Picasso anno 2015 is een auto die we met veel plezier rijden. Het weggedrag is zeer volwassen, de gebruiksmogelijkheden zijn zeer divers en ook de kwaliteit van de gebruikte materialen en het afwerkingsniveau kunnen ons eindelijk echt bekoren. Maar welke versie moet het dan worden? Voor de vijfzits kunnen we eigenlijk niet zo veel argumenten verzinnen. Wie in de markt is voor een auto als deze kan nog wat extra ruimte zonder twijfel goed gebruiken en het prijsverschil is afhankelijk van de uitvoering 1000 à 1500 euro en dat zijn de extra ruimte en twee extra zitplaatsen zeker waard.

Is de keuze voor de zevenzitter inmiddels gemaakt, dan hebben we nog de keuze voor benzine of diesel. Wie een benzinemotor kiest, zit altijd goed. De 130PK PureTech is een fantastische motor en absoluut sterk genoeg voor deze auto. Wie deze motor kiest zit altijd vast aan een handbak, een automaat is niet leverbaar. Wil je wel een automaat, dan kom je terecht bij de redelijk recent geïntroduceerde en heerlijke EAT6, die weer alleen leverbaar is in combinatie met de THP 165. Het prijsverschil met de handgeschakelde PureTech is zo’n 5000 euro en dan zouden wij het wel weten, dan maar zelf schakelen en af en toe genieten van de lekkere brom van de PureTech en elke kilometer plezier hebben van zijn heerlijk soepele karakter.

Ben je in de markt voor een diesel, dan heb je keuze uit BlueHDI’s met 120 of 150PK en naar keuze een handgeschakelde zesbak of weer die fijne EAT6. Het prijsverschil tussen de 120PK en 150PK is zo’n 1100 euro dus ook niet enorm groot. Alle opties overwegend, zouden wij kiezen voor een handgeschakelde 130PK PureTech of een 150PK BlueHDi met de EAT6 automaat. Die EAT6, daar kun je veel over zeggen, maar in de pers wordt deze nieuwe automaat omschreven als de beste automaat die Citroën ooit heeft geleverd. We kunnen het daar alleen maar mee eens zijn. De bak schakelt eigenlijk altijd op een moment dat je dat zelf ook zou doen en toont zich op geen enkel moment nukkig.

Hoe dan ook, Citroëns midi-MPV C4 Picasso die 15 jaar geleden als Xsara Picasso uit het ei kwam, is anno 2015 tot een ware Grand Cru geworden. Het is niet alleen een van de fijnste auto’s in dit marktsegment, het is als dagelijkse metgezel ook een van de smakelijkste auto’s uit het huidige gamma van ons merk. We raden een nadere kennismaking dan ook van harte aan!

Je kunt hier reageren op dit artikel.

tekst: Lucas, foto’s: 2d

Getest: C4 Picasso PureTech 130


De PureTech-motoren vind je in steeds meer Citroëns. Ze zijn ons inmiddels goed bekend. We hebben de PureTech-familie al kunnen testen in de DS3, de C4, de Cactus en de C1. Nu is het tijd om de PureTech 130 voor te stellen en wel in de grootste en zwaarste auto waarin deze motor leverbaar is.

Het is een prachtige ochtend in de Provence, als we de sleutel overhandigd krijgen van onze testauto: de C4 Picasso PureTech 130 MT6, wat wil zeggen dat er een 130 PK sterke motor en een handgeschakelde zesversnellingsbak onder de korte motorkap te vinden zijn. Deze motorvariant is nieuw voor de C4 Picasso en dat is natuurlijk hét aangewezen moment om er mee op weg te gaan. Waar kan dat beter dan op de mooie wegen van Zuid-Frankrijk!

De 130 pk sterke driecilinder turbo, die zijn topvermogen bij 5.500 toeren per minuut prijsgeeft, beschikt over maar liefst 230 Nm koppel bij slechts 1.750 toeren. Omdat de C4 Picasso 1.255 kilo weegt, zijn we benieuwd hoe dat rijdt. Stationair merk je ook bij deze versie, net als in de gewone C4, eigenlijk niet dat er een driecilinder gemonteerd is. De motor loopt zijdezacht rond en geeft eigenlijk alleen bij een tipje gas van stationair tot zeg 1.200 toeren een bekende driepitterroffel. Die roffel klinkt daarbij zelfs een tikje sportief! Koppeling in, pook in z’n 1, koppeling op en weg zijn we, richting Salon-de-Provence, waar we onszelf een kopje koffie hebben beloofd. De Picasso trekt als een spreekwoordelijke lier vanaf zo’n 1.200 toeren. Je merkt duidelijk dat er veel koppel beschikbaar is bij een laag toerental. Opschakelen bij 2.500 toeren naar de volgende versnelling en hup, daar gaan we weer. Dit wordt een fijne rit, zeggen we tegen elkaar. Cruisend over de route nationale met snelheden tussen de 90 en 110 km/h valt ook nu weer op hoe stil de C4 Picasso is. De motor is slechts hoorbaar op de achtergrond en het windgeruis is nauwelijks waarneembaar. Omdat het zo stil is in de auto, valt wel op dat het onderstel soms wat hoorbaar is. De wegligging, nu we het toch over het onderstel hebben, is dik voor elkaar. Duidelijk afgestemd op comfort, dat wel, maar ook niet zo week dat de koets in iedere bocht op een oor wil gaan. Nee, Citroën heeft hier een prima compromis bereikt. Bij langzaam rijden is de besturing prettig licht en op snelheid voldoende direct. De koersvastheid is prima, iets wat voor een hoge auto wel eens lastig kan zijn als het waait. Niets van dat alles bij de C4 Picassso. Het is een comfortabele, fijn sturende auto waar zeker nog sprake is van dynamiek.

Als we dwars door het “centre ville” van Salon rijden, merken we dat de C4 Picasso ook nog eens erg wendbaar is. Wij rijden vandaag trouwens met de korte versie, wat allicht wat uitmaakt voor de handelbaarheid in de stad. Deze korte versie wordt trouwens vooral particulier aangeschaft, waarbij de Grand C4 Picasso vooral erg graag in de lease gekozen wordt. O ja, de stad door. Door de geringere wagenlengte kunnen we ook in de krappe parkeergarage goed uit de voeten. Dat er zowel voor als achter een goed stel parkeersensoren gemonteerd is, maakt het bovendien erg makkelijk om de C4 Picasso op een krap plekje tussen twee pilaren te proppen zoals je die alleen in Franse parkeergarages vindt.  Je zal hier maar staan met je C6, zeggen we nog tegen elkaar….

Na de koffie op een terras gaan we de stad uit, dieper de Provence in. Tijdens de rit worden we begeleid door een goed werkend navigatiesysteem en een prima audiosysteem waarop we de iPhone geplugd hebben. Het dashboard is goed afleesbaar en biedt genoeg mogelijkheden om alle schermen naar ieders smaak in te delen en vorm te geven. Heel mooi gemaakt en zeker een uniek punt van de C4 Picasso. Iets minder vlot werkt het centrale bedieningspaneel voor de voertuigfuncties zoals de verwarming. Het zou makkelijker zijn als je met een druk op een knop de temperatuur van de klimaatcontrole zou kunnen instellen. De bediening vraagt nu net even een handeling te veel. Het werkt overigens allemaal prima, maar vergt wel even gewenning.

Het landschap waardoor we rijden, is er n met mooie wegen waarop de PureTech 130 helemaal tot zijn recht kan komen. De motor blinkt uit in loopcultuur op alle toerentallen. Rustig cruisen met 2.000 toeren? Geen probleem. Flink doortrekken in de versnellingen? Wederom geen enkel probleem! De PureTech laat het zich allemaal welgevallen. Je kunt er heerlijk schakellui mee rijden maar ook sportief dynamisch. Deze motor overtuigt op alle fronten en is echt een enorme verbetering vergeleken met de oudere VTi 120, die ons nooit helemaal heeft kunnen bekoren. Helemaal prachtig vinden we dat de PureTech daarbij aanzienlijk vlotter en zuiniger is. Wij reden er volgens de verbruiksmeter rond de 1 op 17 mee en dat is echt keurig voor een hoge MPV van dit formaat en gewicht. Wat ons betreft een puike prestatie. Wat bij het bereiken van die puike prestatie zeker helpt, is de fijne versnellingsbak met goed gekozen verhoudingen, een goed in de hand liggende versnellingspook, een prettig onderstel en een geweldig stel remmen.

Al met al kunnen we concluderen dat de C4 Picasso PureTech 130 een goed uitgebalanceerde auto is, waarin je geen vermogen of koppel te kort komt en die een aangenaam verbruik kent. Deel je onze conclusie, of juist niet? Heb je vragen over deze test? Ga snel naar dit topic!

tekst: waterman, foto’s: Citroën Communication

© Citroën-Forum 2003 - 2026 | adverteren
Facebook