Toute Petite Verjaardag!


Toute Petite Verjaardag!

Het zal niemand ontgaan zijn dat er in Citroën-kringen dit jaar een belangwekkende verjaardag gevierd wordt: die van de 2CV. De zeventigste maar liefst. Maar natuurlijk vonden wij het op de redactie nodig om in plaats daarvan het verder ernstig ondergesneeuwde 25-jarig jubileum van de Xantia te belichten. Tja, iemand moest dat doen... Maar die Eend, daar komen we natuurlijk niet omheen!

De vraag is natuurlijk in hoeverre de Eend 70 jaar oud is. Het is in ieder geval 70 jaar geleden (en een paar dagen) dat de 2CV op het Parijse salon werd geïntroduceerd. De serieproductie kwam in de zomer van 1949 pas op gang. Maar ongeveer tien jaar eerder was de 2CV, of eigenlijk toen nog de Toute Petite Voiture (TPV), eigenlijk klaar voor marktintroductie. Die zou in 1939 plaats hebben gevonden, ware het niet dat het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog dat voorkwam.

In de tumultueuze jaren die volgden zaten de technici bij Citroën niet stil. De ongeveer 250 reeds gebouwde voorserie-exemplaren van de TPV werden vrijwel allemaal vernietigd of erg zorgvuldig opgeborgen. Drie ervan hebben zelfs decennialang op de zolder van een schuurtje nabij La Ferté-Vidame gesluimerd. Hoewel het grootste deel van die tijd de auto’s niet nog immer voor de Duitse bezetter verborgen waren, maar voor de directie van Citroën: in de jaren ‘50 had die de vernietiging van die drie exemplaren bevolen. In plaats daarvan werden ze door werknemers op zolder verstopt.

Hoe dan ook zag het Bureau des Etudes in een clandestiene setting kans om de wel erg rudimentaire TPV - je zou het ook Bauhaus-vormgeving kunnen noemen, die hier wel erg strikt door functie wordt gedicteerd - uit te werken tot een zo gelikt mogelijke paraplu op wielen. Flaminio Bertoni, die door zijn smokkeltochten met documenten voor Citroën vast een geheel onderbelichte tweede rol in de ontwikkeling van de 2CV heeft gespeeld, maakte het uiterlijk toch nog een eind sierlijker. Dat deed hij zonder daarbij de intelligente eenvoud van het geheel geweld aan te doen. De meeste constructie-principes waren in de TPV-periode al wel uitgewerkt, maar Walter Becchia ontwierp een geheel nieuwe luchtgekoelde tweecilinder boxermotor met ongeveer de helft van de cilinderinhoud van het watergekoelde prototype maar toch vrijwel hetzelfde vermogen.

De Eend ging dan ook in productie met een cilinderinhoud van 375 cc en een angstaanjagend vermogen van negen pk. Angstaanjagend uiteraard vooral door het totale gebrek aan voorwaartsdrang dat daar bij hoorde; op een goeie dag kon een 2CV met een vlieggewicht chauffeur, een vrijwel lege tank, de wind in de rug en de zon in de uitlaat toch vlot een dikke 60 kilometer per uur halen. Niet veel later reed elke zichzelf respecterende jongeling dat op een opgevoerde 50cc Victoria ‘jasbrander’. Maar die had dan natuurlijk geen dak.

Gelukkig was de 2CV, die van Karel Suyling de bijnaam ‘Lelijk Eendje’ had gekregen, aan voortdurende verbetering onderhevig. Zo kwam er een 425cc blok met liefst twaalf pk (je lacht erom, maar ga tegenwoordig maar eens een vermogenswinst van zo’n 45% bij elkaar chiptunen) en daarmee een top van liefst 70 kilometer per uur (net genoeg om de inmiddels naar een nette Puch of Zündapp doorgegroeide jongeling voor te kunnen blijven, behalve die paar die écht konden opvoeren). Dat vermogen zou overigens nog wel goed komen: de in 1970 nieuwe 2CV6 bracht het met 602cc tot 33 pk bij een schreeuwende 7.000 toeren. Ook zoiets waar je met je moderne auto aan moet werken, want de meeste houden het bij 6.000 tot 6.500 rpm wel voor gezien en dat wil je er niet de hele dag mee draaien. De 2CV zal het une saucisse zijn: de hele dag volgas vindt-ie prima. Dat zal ook moeten, want er zijn er niet veel die het zonder trucage voorbij de 115 km/h brengen.


foto: Penny Lane

Voor het oog veranderde het Eendje veel minder spectaculair. Het ‘ribbelkapje’ werd in 1961 wel wat ouderwets gevonden en daarom vervangen door een eenvoudiger exemplaar met bredere ribbels en de zijkanten aan de koets vast. In 1966 kwamen de typische kromme achterste zijruitjes erbij, hoewel die in de Belgische productie al eerder waren gebruikt. In 1974 knapte Robert Opron de 2CV nog een keer op met moderne vierkante koplampen, die op de ouderwetse steeltjes gemonteerd een beetje vreemd ogen en dus vaak alsnog door ronde werden (en worden) vervangen. Binnen kwamen er luxe zaken beschikbaar zoals elektrische wissers, een snelheidsmeter in het eigenlijke dashboardje in plaats van met een beugeltje los tegen de A-stijl, luxere bekleding tot en met zelfs bankjes met schuimgevulde kussens en op een gegeven moment zelfs een aansteker en asbak omdat roken nog normaal was. Er kwam een tweede zonneklepje, echte portiersloten in plaats van schuttingslotjes en een ruitensproeier die nog later zelfs elektrisch werd en dan ook daadwerkelijk iets voorstelde. En er kwamen gordels, die natuurlijk vooral symbolisch zijn in een auto met heel vooruitstrevend een kreukelzone die begint bij de voorbumper en eindigt bij de achterbumper.


foto: 2d

Langzamerhand werd het Eendje dus steeds een beetje minder Calvinistisch, vooral omdat wetgevers daartoe dwang oplegden. Maar pretentieloos en nuchter bleef de 2CV wel en dus was de meest basic auto ooit prima thuis in Nederland in de jaren ‘50 en ‘60. Dat een 2CV met een verbruik van 1:20 (en als je er een beetje sparend mee reed misschien nog wel een eind zuiniger) ook nog eens reuze goedkoop in gebruik was hielp vast mee. Het grappige is misschien wel dat precies dezelfde redenen ervoor zorgden dat de 2CV in het meer progressieve academische kamp ook erg goed aansloeg. Het kostte weinig meer om ermee te rijden dan op een Puch of een Solex en bovendien was het onderhoud niet echt ingewikkelder. Maar er was des te meer ruimte voor bloemmotieven en ban-de-bom symbolen. De 2CV is nooit meer helemaal losgekomen van het toen ontstane ‘geitenwollen sokken en leren sandalen’ imago. Misschien heeft Gerrit de Jager dat stukje imago wel tot het uiterste weten te rekken door de volstrekt stereotiepe huis-agoog van de familie Doorzon erin te laten rijden. De agoog in kwestie moest ‘s weten hoe rolbevestigend dat op z’n eigen manier is.

Terugblikken op 70 jaar 2CV is om deze tijd van het jaar misschien wel het meest treffend: de 2CV werd op 7 oktober 1948 voorgesteld in Parijs. Dat heeft Citroën zelf reden gegeven om een groot deel van hun stand op de editie 2018 van dezelfde beurs in te ruimen voor de rijdende paraplu. Gisteren werd er zelfs een heel evenement speciaal aan het onkapotbare eenvoudige Eendje gewijd. Citroën bevestigt daarmee nog maar eens dat ze haar verleden volledig wil erkennen. Door de meest eenvoudige telg van de familie te eren als het cultuurfenomeen dat de visie van Pierre-Jules Boulanger uiteindelijk is geworden, lijkt Citroën de grootst mogelijke stap in die richting te zetten. Intussen zal de link met de intelligente eenvoud die Citroën weer wil uitstralen niet aan de oplettende citrofiel voorbij gaan.

Het ‘Lelijke Eendje’ is 70. En met die Indian Summer van dit moment is het nog prima weer om het dak op te rollen en de zon op jezelf en je jarige Eend te laten schijnen. Geniet ervan!

Reageren? Dat mag in het draadje Toute Petite Verjaardag!

Tekst: Penny Lane, foto’s: Citroën Communication (tenzij anders vermeld)

© Citroën-Forum 2003 - 2018 | adverteren
Facebook