Een Axel in haar tweede jeugd


Een Axel in haar tweede jeugd

Uit de Alpenrunserie: Hoe het zo ver kwam dat uitgerekend een Citroën Axel haar tweede jeugd mocht beleven door vriend en vijand te verbazen op de mooiste Alpenpassen! Eenmaal boven staat zij er mooi bij, maar hoe geraakt zij er? En hoe weer beneden met Roemeense remmen?

De Citroën Axel is misschien wel het enige échte lelijke eendje dat door de firma van André geproduceerd is. Jarenlang door velen verguisd. Tegen wil en dank. Maar ruim 25 jaar na dato is het beslist een interessante en vooral leuke auto. Reden genoeg voor uw redacteur er eentje aan te schaffen om ermee naar de Alpen te trekken.

Toon je daarmee lef? Is het domweg onverstandig? Het waren niet de vragen die bij me opkwamen toen ik ergens eind juni 2015 de advertentie voor een origineel in Nederland geleverde Axel 12 TRS aantrof op Marktplaats. Nadat ik allerlei andere Citroëns in het vizier heb gehad wist ik vrij snel dat dit hem moest worden. In de basis een technisch goede auto met wat cosmetische onvolkomenheden en een - zo zou gaandeweg blijken - behoorlijk nukkige Solexcarburateur. Die vergasser leek zowaar nog roet in het eten te gooien en even zat ik met de handen in het haar. Hoe dat daags vóor vertrek naar Saltaus goed kwam las je al in het topic over de Axel zelf.

Alhoewel de Axel op het moment van vertrek goed liep en alles in orde leek te zijn was er de avond van vertrek uit Amsterdam beslist nog een gezonde spanning te bespeuren bij 2d. In de periode tussen aanschaf en Alpenrun had ik nog geen duizend kilometer gereden, dus een rit van duizend kilometer door Duitsland en Oostenrijk naar de Zuid-Tirolse Alpen was voor het gevoel alles behalve appeltje eitje. Om die reden hebben we de rit in twee delen geknipt: de avond van vertrek van Amsterdam naar Venlo, om zondagmorgen in alle vroegte direct de A61 op te duiken. Volgepakt! Zuidzuidoostwaarts!

Snel wen je aan het monotone, maar nooit vervelende geronk van een boxervier. De Axel ligt prima op de weg en komt zonder moeite mee met het Autobahnverkeer. Na ongeveer vierkonderd tellerkilometers (ruim tien procent optimistisch) staat de brandstofmeter diep onderin en begint het reservelampje twijfelachtig te knipperen. Tijd voor een tankstop. Uitsluitend 98 octaan of meer! De Axel lust - zoals bij latere vulbeurten bevestigd wordt - steeds een liter of dertig.

Even schrikken is het wel als na uren probleemloos rijden - we zijn inmiddels een kleine honderd kilometer voor de Fernpas - de ruitenwisserarm tijdens een hoosbui afbreekt. Door koelbloedig ingrijpen kan ik de zwabberende wisserarm door het in allerijl opengeslingerde passagiersraam vastgrijpen, daarmee voorkomend dat een arme Duitser het ding tegen de auto gestuitert krijgt. Even schrikken is het wel, al slaat de schrik snel om in hilariteit. De losgedraaide achterruitenwisser blijkt - haast vanzelfsprekend - niet op de as van de voorwisser te passen.

Dan maar zonder wisser verder, hetgeen niet ideaal is. Passerende auto’s die direct weer voor de neus invoegen worden verwenst, het zicht is dan nihil. Een handmatige wisactie met de afgebroken arm uit het passagiersraam biedt enig soelaas, maar we zijn blij en opgelucht als het even later stopt met regenen. De regen die verder niet deert overigens, ook op nat wegdek is de Axel - dankzij de verse Vredesteins - prima in het element.

Nu was niet alles pais en vree: voor die Fernpas stond ook nog een fijne acht kilometer file. Van de in totaal drie uur opgelopen vertraging hebben we drie kwartier stilstaand in de file besteed. Geen probleem voor de auto, wel voor het strakke reisschema: we zijn liever wel voor het donker op de camping! Als we de file’s eenmaal achter ons gelaten hebben en de Fernpass doorgesukkeld zijn - dat sukkelen ligt niet aan de Axel, deze haalt bij gelegenheid diverse snelle automobielen in de buitenbocht en bergop gewoon in - begint het laatste en mooiste stuk van de rit. Na de Fernpass een stukje Autobahn, en vervolgens bij de machtige Brennerpas in het laatste plukje Oostenrijk nog even profiteren van erg goedkope 100 octaan. Italië! Klein stukje Autostrade met de voor de A22 zo kenmerkende roestbruine geleiderails, alvorens we bij Vipiteno/Sterzing de snelweg verlaten. Op naar de eerste pas!

Naarmate het stijginspercentage oploopt blijkt de Axel ook hier zijn/haar mannetje te staan. In eerste en tweede verzet is er ruim voldoende trekkracht voorhanden om de steile hellingen en haarspeldbochten te bedwingen. Sturen gaat precies en ondanks dat de koets flink wil hellen heb ik geen enkel moment het idee dat ik in een dweil op pad ben.

Wel blijkt al snel dat er nogal een gat zit tussen de tweede en derde versnelling. Het toerental valt te ver terug en dus moet je óf flink doortrekken, óf de vaart er flink in houden. Het mag de pret niet drukken! We klimmen en klimmen, de auto begint wat naar hete olie te ruiken dus gaat de kachel op warm en de ramen wat verder open. Buiten is het koud aan het worden, als we de pas bereiken op nét geen 2200 meter. Met het bereiken van de Jaufenpass is het ijs gebroken!

Alleen de afdaling resteert nog voor we ons, iets later dan gepland, maar nog ruim voor de duisternis, bij de rest van het gezelschap op de camping kunnen voegen. De Axel heeft zich deze dag ruimschoots bewezen als karaktervol en tot op heden betrouwbaar vervoersmiddel!

De dagen erop zou de Axel vriend en vijand verbazen door niet alleen niet stuk te gaan, maar ook onvermoeibaar alle bergpassen te nemen. Natuurlijk scheelt er wel eens wat aan. Een slokje olie lust de Axel wel, en op dag twee besluit ik wat lucht van de ANWB te gebruiken om de bandenspanning te checken, die met 1,7 vóor en 1,3(!) bar achter toch wel iets laag blijkt te staan. Met een stevige 2,4 bar rondom stuurt de Axel nóg lekkerder!

Er is een Duits gekentekende Donkervoort die de Axel bij zich vandaan zag rijden toen het wegdek zo slecht was dat de in Nederland geproduceerde sportwagen tevergeefs naar grip en tractie zocht. Waar het alsfalt weer zwart en glad kleurde ging de Donkervoort uiteraard als een speer richting de einder, maar niet voordat de Axel zich een waardig strijdmakker toonde.

Bij de kladden genomen is dit gekke Roemeense gebakje tot veel in staat, blijkt wel! Dat de gemiddelde Alpenrunner bij een plaspauze van Team Axel meteen stopt om te vragen of er niets stuk is zegt wel iets over de reputatie van de driedeurs. Het tegendeel is inmiddels bewezen. Stelviopas via de steile kant? Effe naar de 2700 meter? EITJE. Let ook op de ontbrekende achterwisser! Er zwerft nog steeds een M8-bout door de paravan, dus deze is bij thuiskomst pas weer gemonteerd.

Dan was er nog dat clubje Nederlanders in twee Mini John Cooper Works, een Alfa 156 GTA en een gehuurde Ford Focus, die in het kielzog van de Axel de Gaviapas afvlogen. Toegegeven, dat ging hard, en bijrijder Tilanus heeft wellicht een paar keer zijn leven aan zichzelf voorbij zien flitsen in het grote groene schier oneindige niets van de ravijnen die er aan de passagierskant opdoemden, toen ik íets van mijn lijn moest wijken vanwege een tegenliggende motorfiets die uit een blinde bocht opdook. Op het eind van de afdaling de nog steeds fenomenaal remmende ho-ijzertjes van de Axel wat koeling gegund. Het groepje gummende Nederlanders achter ons passeerde luid claxonnerend en zwaaiend - ik denk niet dat ze geweten hebben wat ze meemaakten achter dit vreemde vehikel!

Nee, aan de Axel heeft het niet gelegen. Deze leek blij te zijn na jaren van wegstoffen en lak afbladderen weer eens een keer iets van de wereld te mogen zien. De heenreis, de drie dagen in de bergen en ook de terugreis: de Roemeense heeft geen slag gemist. Op die ruitenwisser na dan, maar voor een tientje heb ik in Lana bij de smerigste garage die ik kon vinden een mooie vervangende arm gescoord: period correct, de rechterwisser van een Golf II.

Thuisgekomen staat de auto nu weer in de garage, gekoesterd door de twee benen van de tweekolommer waar ze tussen te rusten staat, geduldig te wachten op nieuwe avonturen!

Reageren op de Alpenrun kun je hier.

Tekst: 2d; foto’s: Citrobag.nl en 2d

© Citroën-Forum 2003 - 2019 | adverteren
Facebook