Alains nieuwe brandweerwagen


Alains nieuwe brandweerwagen

Op Citroën-Forum.nl houden we van Citroëns, van oude Citroëns en het meest nog van oude Citroëns met een bijzonder verhaal. Onlangs is een C4 brandweerwagen uit 1928 naar Nederland gehaald met een volledig gedocumenteerde en bloedstollend spannende geschiedenis!

Het is april 1928 als Alain du Bois een uitnodiging van Citroën krijgt voor een rondtrekkende bedrijfswagenshow. Alain, brandweercommandant van een middelgrote stad in Zuid-Frankrijk, is ook verantwoordelijk voor het materiaal. Een week later bezoekt hij samen met Pascal de karavaan van Citroën op de Grote Markt. Er staan allerlei lichte en zwaardere bedrijfswagens tentoongesteld en de beide mannen laten zich voorlichten door de fabrieksmedewerkers. Die tonen diverse voorbeelden en Alain is verrukt: ze kunnen best een zwaardere wagen gebruiken. Een wagen met een waterreservoir zou helemaal mooi zijn. Dat verlengde chassis met een reservoir, ladders, slanghaspels ziet Alain helemaal zitten: een echte brandweerwagen voor de stad!

Alain en Pascal doen hun huiswerk en hebben al snel hun wensen op papier. Ze sturen een brief naar de fabriek in Parijs en krijgen na een week al antwoord terug: niet direct de offerte die ze wensen, maar een uitnodiging. Hen wordt een rondleiding aangeboden door de uiterst moderne fabriek. Daar zullen ze ook kennismaken met de brandweercarrosserie uit Parijs. Voor de avond wordt hen een diner aangeboden met de grote baas, André Citroën. Alain en Pascal zijn verbluft; dit kunnen ze niet weigeren. Snel sturen ze een brief terug dat ze op het aanbod ingaan.

Drie weken later vertrekken beide mannen vroeg richting Parijs. Aangekomen bij de fabriek aan de Seine, worden ze hartelijk ontvangen. Na een wandeltocht over het immense fabrieksterrein en door de fabriek met reusachtige machines komen de mannen op het kantoor. De fabrieksmedewerker heeft een tweetal ingenieurs van Camiva uitgenodigd. Die weten alles van de specifieke brandweeropbouw en hebben al een schets gemaakt. Alains mond zakt open: dit is precies wat ze nodig hebben. Er zijn zitplaatsen voor zes man, ruimte voor ladders, een vaste en een mobiele slanghaspel, plus nog eens een reservoir voor bijna 1.000 liter water. De wagen zelf is een uiterst moderne Citroën C4 met een verlengd chassis, vier versnellingen en een bijzonder sterke motor. Hier kunnen ze alle branden mee te lijf. De beide mannen zijn om: de keuze is gemaakt! Dat de burgemeester nog zijn toestemming moet geven, vergeten ze even.

Even na 17 uur schuiven de mannen aan voor het diner met de grote baas zelf. Het duurt even, maar dan komt er toch een kleine maar uiterst vriendelijke man binnen, André zelf! In het fabrieksrestaurant laten de mannen het zich prima smaken, maar ze maken het niet te laat. Een paar uur later vertrekken ze opgewekt naar huis, met tekeningen en een offerte!

Twee dagen later heeft Alain een afspraak met de burgemeester, die hij wil overtuigen van het nut van deze veel grotere en luxere brandweerwagen. Als hij de tekening op de tafel uitrolt en de geschreven offerte doorneemt, kijken de beide mannen elkaar aan. “Alain, heb jij ook naar Renault en Peugeot gekeken?” Alain schrikt even, denkt: “Nee”, maar zegt: “Ja.” “En?” “Nee meneer, deze C4 heeft echt de modernste motor en geen drie maar vier versnellingen.” “Oké, Alain, schrijf de directie van Citroën dat we de wagen willen bestellen!” Huiswerk kan je wel aan Alain overlaten: de commandant haalt de uitgeschreven opdracht al uit de zak van zijn colbert. “Als u hier tekent, meneer, dan verstuur ik de brief morgen.” De brief met opdracht gaat naar Citroën en zij antwoorden een week later al dat de auto over zo’n zes maanden geleverd zal worden. Als service zal een delegatie van de fabriek de auto brengen!

Eind december is het dan zover: de wagen, een open C4, komt aan in de stad. Het is gelukkig een zachte winter, maar toch zijn beide chauffeurs goed ingepakt. Ze hebben zeker drie uur in de open lucht gezeten, zonder bescherming tegen wind en kou. Alain en zijn manschappen krijgen uitleg van de wagen en rijden trots een klein rondje door de stad. De nieuwe brandweerwagen is echt een pronkstuk en de mannen zijn terecht trots.

De C4 brandweerwagen doet meer dan twintig jaar dienst. Alle branden, groot en klein, worden met succes geblust. Met de slangen van samen wel 60 meter wordt zelfs een klein brandje in de toren van de kathedraal geblust. Waar ze vroeger lijdzaam moesten toezien, kunnen ze nu gericht toeslaan. Ook de ladders die samen tot 15 meter reiken, zijn een enorme winst voor de brandweer. Toch komt er na 23 jaar een nieuwe brandweerwagen. Door de hogere bebouwing en de uitbreiding van de stad voldoet de C4 niet meer aan alle eisen. De Citroën gaat net als Alain met pensioen, maar blijft wel in de kazerne. Alleen met echt grote branden, of als er meerdere brandjes zijn, komt hij er nog uit. Iedere keer als hij gestart wordt, doet hij het!

Het zal begin jaren ‘60 zijn, Alain is overleden. Ook zijn manschappen van toen zijn er niet meer. De C4 wordt helemaal niet meer gebruikt en staat werkeloos in de hoek. Oude slangen worden over de wagen heen gegooid. De ladders, tja, die zijn handig voor het lappen van de ramen van de kazerne, maar verder is hij uitgewerkt. Desondanks starten de mannen hem om de paar maanden nog even, maar echt rijden is er al jaren niet meer van gekomen. Op een dag wil hij ook niet meer starten: de tank is leeg.

Een nieuwe, nog jeugdige commandant heeft nu de leiding over de kazerne. Ook hij mag nieuw materiaal bestellen. Hij heeft niets met de ooit zo moderne Citroën en overlegt met de burgemeester over het “schroot” in de hoek. Samen besluiten ze dat de wagen maar weg moet. De opbrengst van het oude ijzer is voor het jaarlijkse personeelsfeestje. Het zal niet meer worden dan een handvol Franse franken, net genoeg om een paar flessen wijn van te kopen.

De plaatselijke schroothandelaar ziet wel wat in het oude ijzer. Al in de kazerne heeft hij in de gaten dat de voor het oog zo slechte wagen toch perfect onderhouden is. Hij houdt zich van den domme en sleept de wagen samen met z’n zoon de stad uit. Als hij de tankdop opendraait, geeft deze een grote zucht. Na jaren komt er weer wat brandstof in. Na even doorstarten slaat de motor aan, rookt wat, maar na enkele minuten zoemt ze weer als vanouds. De schroothandelaar weet het niet: zal hij het koperen reservoir demonteren, de wagen in stukken afvoeren? Of? Hij parkeert de nu lopende wagen achter zijn huis: nee, nog niet slopen. Samen met zijn zoon dekt hij de wagen af met platen hout. Zijn plan is anders. Even doorsparen, dan zal hij de brandweeropbouw verwijderen en op het chassis een laadbak monteren. Het verlengde en verzwaarde chassis is daar uitermate geschikt voor, zo leest hij in de uitgebreide, maar wel wat vergeelde documentatie. Hiermee kan hij in de ruime omgeving meer schroot ophalen en dus meer verdienen. Maar eerst sparen!

Het loopt anders: de schroothandelaar spaart en spaart, maar het blijft behelpen met kleine beetjes. Naast de brandweer wordt een oude tractor geparkeerd. Een jaar later komt er een wrak van een andere auto bij. De oude brandweerwagen raakt geheel ingebouwd.

Het is uiteindelijk de kleinzoon van de schroothandelaar die het perceel van opa koopt om daar een nieuw huis op te zetten. Hij is de drukte van de grote stad zat en zoekt rust. Jarenlang leefde zijn oma nog in dit huisje, maar als ook zij op zeer hoge leeftijd overlijdt, ziet hij zijn kans schoon om voor een prikkie buiten de stad te gaan wonen. Kleinzoon wil het oude huis platgooien, maar treft in de schuren om het huis oude auto’s, een tractor en een brandweerwagen aan. Tjonge jonge, opa kon ook alles gebruiken, zeg!

Kleinzoon weet ook niet zo goed wat hij met de spullen moet en plaatst een advertentie in de krant om zo alles te verkopen: “Al levert het maar de kosten voor het opruimen op.” Een week later wordt de kleinzoon gebeld, de telefoon gaat anders dan anders over. Hij verstaat de beller wel, maar lastig. Deze wil de C4 brandweerwagen zien en kopen. Het bod? Ruim genoeg voor het opruimen van alles. Weer een week later staan er een paar mannen uit Nederland bij de kleinzoon voor de deur. Als de brandweer deels uitgebouwd is, proberen ze haar te starten. Moeizaam komt ze na vele pogingen aan de gang. Als de Nederlanders iets doen met de bougies, gaat het veel beter, stopt ook het roken en kan de auto zelfs iets naar voren en naar achteren gereden worden.

Er wordt wat over en weer gepraat over de prijs: de Nederlanders willen toch iets van de prijs af hebben omdat de rechter koplamp ontbreekt en een chassisbalk krom is door een zware dakbalk die er ooit op is gevallen. Uiteindelijk komen kleinzoon en de Nederlanders tot overeenstemming. Met z’n allen zijn ze zeker een halve dag bezig om de wagen vrij te maken, maar het lukt. Vlak voor het donker wordt, vertrekt de wagen voorgoed uit Frankrijk. Kleinzoon is opgelucht en blij!

Na een rit van ruim twee dagen komt de oude brandweer aan in Nederland. De nieuwe eigenaar parkeert hem in zijn schuur. Na een lange zoektocht vindt hij twee koplampen. Van schoonmaken, herstellen en koplampen monteren komt niet veel. De man is druk met werk, kinderen en sport. Het is uiteindelijk zijn echtgenote die erop aandringt de wagen weer te verkopen. De opbrengst is goed voor de studie van de kinderen. De man plaatst een advertentie op een internetmarktplaats en na een dag heeft hij al een digitale brief in huis van een verzamelaar uit Nieuw-Vennep. Hij gaat met het bod akkoord en zo verhuist de brandweerwagen wederom. Eenmaal in Nieuw-Vennep, wordt de wagen eerst gewassen. De bijgeleverde koplampen worden gemonteerd, ontbrekende slangen worden erbij gezocht en de kromme chassisbalk gericht. De C4 staat er weer bij zoals toen hij vertrok uit de kazerne.

En de ontbrekende ladders? Die worden nog iedere maand gebruikt voor het lappen van de ramen van de kazerne. Heb jij de C4 pompiers gespot of het ramenlappen in dat mooie Zuid-Franse stadje gadegeslagen? Laat dat hier weten!

tekst: oldenhage, foto’s Nederland: oldenhage, foto’s Frankrijk: NN

© Citroën-Forum 2003 - 2018 | adverteren
Facebook