Met sierstrips! ...maar niet op een CX!


Met sierstrips! ...maar niet op een CX!

Thijs, Michael en Fer bezoeken Rétromobile in Parijs, om vervolgens Robert Opron een boek te overhandigen én hem enkele vragen te stellen over zijn ontwerpen.

Onlangs presenteerde uitgeverij Citrovisie van Thijs van der Zanden de Franse vertaling van het CX-boek dat door Michael Buurma geschreven is. De première vond plaats op Rétromobile in Parijs, een van de meest prestigieuze beurzen als het gaat om klassieke auto’s. Thijs en Michael maakten van de gelegenheid gebruik om het eerste exemplaar van hun boek aan te bieden aan Robert Opron - tot 1975 het hoofd van Citroëns ontwerpafdeling en in die hoedanigheid verantwoordelijk voor de styling van de CX. Opron, die kort geleden zijn 86ste verjaardag vierde, was niet fit genoeg om naar de beurs te komen, maar nodigde Michael en Thijs bij hem thuis op de koffie uit. Fer, de vertaler van het boek die voor de gelegenheid ook in Parijs was, haakte graag aan en zo reed het drietal uiteindelijk op woensdagmiddag 7 februari naar de woning van Opron, even buiten Parijs. 

Uiteraard komt als een van de eerste dingen het CX-boek ter sprake. Opron is benieuwd maar ook kritisch: hij heeft al veel over de CX en andere ontwerpen gezien en gelezen en niet alles kan zijn goedkeuring wegdragen. Al bladerend in het boek slaat zijn houding gelukkig snel om in enthousiasme, en na een paar hoofdstukken kijkt hij op: “Magnifique, probablement le plus beau livre sur la CX.”  Een groter compliment kan het boek niet krijgen.

De foto’s van prototypen en maquettes in het boek maken ook de nodige herinneringen los, zowel bij Opron zelf als bij zijn vrouw, die ook bij het gesprek aanwezig is. “Er was een collega op de technische afdeling, die zes kinderen had,” herinnert Opron zich. “Op een dag kwam hij naar me toe en zei “Opron, kun je niet iets ontwerpen waar mijn hele gezin in past?” Met zijn verzoek in het achterhoofd kwamen we op het idee om de wielbasis van de CX Break te verlengen zodat we er een ruime familiale van konden maken.” Citroën directeur Bercot was trouwens onder de indruk van de CX Break, vertelt Opron. Vooral de knik halverwege in de daklijn viel bij hem in de smaak.

Gevraagd naar zijn favoriete automodellen noemt Opron als eerste de Cadillacs uit de jaren 50. Voor hem de ultieme “rêve américaine”. Deoer-jeep uit de tweede wereldoorlog is ook een favoriet. “Alles is functioneel, over alle details is nagedacht”. Over zijn eigen ontwerpen is hij minder enthousiast, al noemt hij na even doorvragen wel de eerste CX erg geslaagd. De SM, voor velen een van Citroëns meest tot de verbeelding sprekende modellen, vindt Opron maar niks. “SM… Sado-Maso,” knipoogt hij. “Het ontwerp oogt te zwaar, het zicht rondom is ook niet goed.” De moderne Citroëns kent Opron minder goed. “Ik ben de draad een beetje kwijt. De C3 Picasso vond ik echter een leuk, goed ontwerp. En de C6 natuurlijk, een mooie reïncarnatie van de CX. Jammer dat ze daar zo snel mee gestopt zijn.”

We bladeren samen verder door het boek en Opron kan enkele grapjes niet onderdrukken bij het zien van het prototype van de CX met SM-achterzijde (“Ik was zeker ziek die dag”) en de Amerikaanse versie van de CX:  “Hm… zeker een ontwerp van Giret”. Hij voegt er overigens wel meteen aan toe dat hij Giret een uitstekende modelleur vond en een fijne collega.  Uiteraard komt het gesprek ook op de sierstrips van de CX. Op de DS vindt Opron de strips goed passen, omdat ze de lijn van de flank mooi volgen. Op de CX zijn ze duidelijk minder geslaagd. Ook de gefacelifte CX II vindt hij maar niks. “Destruction” noemt hij de grote kunststof bumpers op dit type. Het dashboard daarentegen kan zijn goedkeuring wel wegdragen. 

Mevrouw Opron is intussen druk bezig met koffie en chocolaatjes en vertelt dat ze ooit eens een brief schreef aan president Chirac - een fervent CX-rijder - met de vraag of hij zich wel eens had afgevraagd wie zijn favoriete auto had ontworpen. Deze brief zou er uiteindelijk toe zou leiden dat Opron een belangrijke onderscheiding kreeg. De oorkonde staat op de kast in Oprons werkkamer, een kamer die verder aangekleed is met diverse zelfgemaakte houten modellen van vliegtuigen en enkele vitrines vol miniatuurauto’s.

Opron graaft ondertussen in zijn geheugen om antwoorden te geven op enkele vragen die Michael en Thijs via het forum meekregen, maar ruim 45 jaar na dato is uiteraard lang niet alle kennis meer paraat. Wel weet hij nog dat hij eigenlijk nauwelijks aan de vrachtwagens van Citroën heeft gewerkt. “Bertoni had de 350 klaar kort voor zijn overlijden. Wel heb ik later nog aan een autobus gewerkt op basis van de 350, maar dat vond ik niet zo’n leuk project. Ik was blij dat Michel Harmand dat werk toen overnam. Ook voor de HY kreeg ik eens een opdracht om een restyling te maken, maar dan zonder het plaatwerk te veranderen. Tja, dan wordt het lastig. Je kunt misschien vierkante koplampen monteren in plaats van ronde, net als bij de 2CV destijds, maar verder niet zoveel. Het HY-project is uiteindelijk dan ook niet doorgegaan.”

Opron vertelt ook over de samenwerking met Louis Bionnier, de ontwerper van Panhard. Nadat Panhard door Citroën was ingelijfd, was Bionnier belast met het ontwerp van wat later de Citroën Dyane zou worden. Citroëns eigen mensen hadden hier namelijk geen tijd voor. Opron: “Daags na de presentatie van het design belde directeur Bercot mij op. Hij vond de voorzijde van het ontwerp van Bionnier helemaal niet goed. Het was ‘comme une façade’ - als een muur.” Opron vroeg zijn collega Nozatti om er eens naar te kijken en die bedacht onder andere de grille met een structuur van kleine honingraatjes. Volgens Opron schijnt Bionnier toen gezegd te hebben “Pff, bij Citroën zeggen ze dat ik een muur maak, maar zelf komen ze met metselwerk…”

Mevrouw Opron onderbreekt het gesprek, haar man is in al zijn enthousiasme de tijd vergeten en hij moet nu toch echt naar zijn afspraak bij de dokter. We ronden af en vragen of we nog een foto mogen maken met z’n allen. Uiteraard is dat geen probleem, al ontstaat er wel nog wat consternatie als mevrouw Opron wil dat haar man zijn sigaret voor de foto opzij legt, en hij haar plaagt door de peuk juist demonstratief in zijn mond te houden, ondertussen breed naar ons grijnzend.

Na bijna drie uur koffie drinken, bladeren door het CX boek en praten over Oprons tijd bij Citroën is het tijd geworden om afscheid te nemen en weer naar Nederland te vertrekken. Als Oprons enthousiasme een graadmeter is voor het succes van het boek in Frankrijk, komt het helemaal goed met die Franse vertaling.

Wil je meer zien van het Franse CX-boek? Kijk dan hier!
Toch liever in je eigen taal lezen? Het CX-boek is ook in het Nederlands te krijgen op http://www.citrovisie.nl

Tekst en foto’s: Thijs van der Zanden
Reageren op dit artikel kan hier.

 

 

© Citroën-Forum 2003 - 2018 | adverteren
Facebook