CiVer

Ree rijdt Aca


Ree rijdt Aca

Ze zijn er nog, de Citroën-verhalen die zo smeuïg zijn dat ze zo uit de Hollandse polder getrokken lijken. In dit geval lijkt dat inderdaad maar zo, want Ree's bijzondere verhaal komt uit de sloot! Terug naar Ree's opa: de kolenboer die in guldens rekent en ze opzijlegt voor een splinternieuwe Acadiane.

In de jaren ‘70 en ‘80 was mijn grootvader terreinknecht bij voetbalvereniging The Zandvoort Boys. In die hoedanigheid was hij verantwoordelijk voor de kwaliteit van het gras, de belijning, het maaiwerk, maar ook het onderhoud van de sloten en het parkeerterrein. In ruil daarvoor mocht hij een caravan op het terrein zetten, waar ook ik een groot deel van mijn jeugd heb doorgebracht.

Op het parkeerterrein heeft hij op een dag een doorgezakte 2CV geparkeerd. Gratis geregeld natuurlijk, maar zonde om weg te gooien. Deze is langzaam ontdaan van bruikbare onderdelen, zelfs de koets is op een dag vergeven, zodat er eigenlijk alleen nog maar een rot chassis op een paar kale banden overblijft. Omdat zelfs de oud-ijzerboer hier niets meer mee aankan, wordt het kadaver op een dag de naastgelegen sloot ingeduwd, zodat hij niet meer in de weg staat. Na een aantal jaar worden de restanten steeds meer een doorn in het oog, maar ze zijn zo ver in de blubber gezakt dat niemand zin heeft om dit op te ruimen. Als op een dag de gemeente hier lucht van krijgt, moet er met spoed een oplossing gevonden worden.

Het is inmiddels najaar 1982; ik ben net zes geworden. Omdat mijn grootvader al twee jaar lekker goedkoop zijn kolen rondbrengt in een HY, heeft hij wel oren naar een kleine Citroën-bestelauto voor de wat kleinere vrachtjes. Bij de lokale Citroën-dealer is hij een paar keer wezen praten. Er is een goede korting mogelijk, omdat ook dan al de garagist zijn quotum voor het einde van het jaar moet halen. Waar een nieuwe Acadiane normaal voor net boven de 10.000 gulden van eigenaar wisselt, is de prijs al gezakt tot net boven de 8.000 gulden. Voor dit bedrag is hij al bijna om en Citroën Nederland geeft het laatste zetje. Eind 1982 is er namelijk een speciale actie. Bij inruil van een oude Citroën krijg je 1.000 gulden korting bij aanschaf van een nieuwe.

Met wat nieuwe vragen gaat hij nogmaals naar de dealer. Moet de in te ruilen auto rijdbaar zijn? Bezwaar tegen vochtschade? Kunnen jullie hem komen ophalen? Ook als het terrein niet zo goed toegankelijk is? En de korting komt bovenop de eerder onderhandelde prijs? Alle vragen worden naar zijn zin beantwoord, waarna direct de koop gesloten is. Voor weinig meer dan 7.000 gulden is hij de eigenaar van een nieuwe Acadiane met kenteken BF-94-XB én vanaf die week is er een milieudelict uit de sloot verdwenen. Hij vraagt of de nieuwe auto nog twee maanden in de showroom mag blijven staan. Zo komt hij in pas 1983 op kenteken en lijkt hij wat nieuwer als hij later nog eens verkocht wordt.

Ik heb heel wat kilometers achter in het bakkie van deze Aca doorgebracht. Destijds was dat ook al niet volledig legaal, maar de procedure in geval van mogelijke controle werd regelmatig geoefend. Bij het codewoord “Juten!” moest ik plat gaan liggen, zodat ik niet door het raampje gezien kon worden. Op datzelfde moment pakte mijn grootmoeder direct de 60-dagenkaart om snel de datum in te vullen, zodat we volgens de Belastingdienst ook legaal op de weg zaten. Al met al hebben ze bijna 100.000 kilometer met de Aca gereden.

Van dat verkopen is het nooit gekomen. Toen hij in 2003 overleed, heb ik mij over de HY ontfermd en mijn nichtje over deze Aca. Omdat er de laatste jaren bijna niet met de Aca gereden wordt, is ze op zoek gegaan naar een nieuwe eigenaar. Mijn dochter heeft zichzelf als vrijwilliger opgeworpen. De Aca heeft namelijk haar lievelingskleur. Tot ze 18 is, ga ik er lekker veel mee rijden.

Je kunt hier reageren op dit artikel.

tekst en foto’s: Ree

© Citroën-Forum 2003 - 2019 | adverteren
Facebook