Garage Hydraulique

Godinnengekte


Godinnengekte

Wat bindt een mens met een auto? Fraaie lijnen? Fraaie techniek? Passie of juist de ratio? In een DS kun je het allemaal vinden. Het is maar net hoe je zo'n dame bekijkt. Altijd op het gevaar af er zwaar verliefd op te worden. Begeerlijk is een grote Citroën eigenlijk altijd. We zijn er met zijn allen gek op. Maar wordt je er op den duur ook gek ván?

Jarenlang reed ik DS. In mijn, toen nog wat jongere, ogen de beste klassieker die er was. Van ID19b tot Break en van DS19 tot DS21 Cabriolet: allemaal heb ik ze gehad, gered en gerestaureerd om ze vervolgens op te rijden of te verkopen. Met leer, stof of skai, blote billen schrapersuitvoering of Injection Electronique Pallas. Als het een D-type was vond ik het mooi. Na de D-typen kwam er een SM. En na de SM was het over. De liefde was bekoeld, de frustratie over reparaties, slechte onderdelen en roest voerde de boventoon. Er kwam een Mercedes-Benz. Punt.

Nu staat er sinds enkele dagen weer een D-type op het pad. Een witte Dsuper met rood stoffen interieur en stuurbekrachtiging. 83.000 originele kilometers. Een goed chassis en OK plaatwerk met wat aandachtspunten. ’t Is een sympathiek ding. Maar is het genoeg om de vlam van de oude liefde uit de as te doen herrijzen? Ik vraag het me af.

Dit D-type, feitelijk een ID20, rijdt lekker. Het is een fris en fruitig apparaat. Het 1985 cc 99 pk motortje met tweetraps Weber carburateur snort er op los. Het stuurhuis is gezond, de remmen voelen goed en vertrouwd aan en de nieuwe stoelen zitten top. Het witte gevaar gaat vlotjes naar 100 km/h en cruisen met 130 kan probleemloos, bij rond de 4000 toeren. Want nou ja, het is een 4 bak hé…

Instappen is als thuiskomen, maar dan bij je ex-vriendin. Contactslot links, starten, gordeltje om en nadat de rijhoogte is bereikt lekker op pad. Zo’n DS (of ID, hoe je het ook noemen wilt) is ontstaan uit een goed concept. De wegligging deugt, de zitpositie deugt. De bak laat zich prettig schakelen, de pedalen staan op de goede plaats. Het idee achter het D-type is gewoon goed: we maken een auto die zich makkelijk, comfortabel en vlot rijden laat. Ook in de regen. Ook op slecht wegdek. Sterke verlichting aan de voorzijde maakt dat je ook ’s nachts lekker kunt opschieten. Veel ruimte in het interieur en een grote kofferbak: alles waar ik vroeger mijn D’tje zo om waardeerde is er nog steeds. Maar na de afgelopen jaren een aantal andere klassieke auto’s te hebben gehad en de nodige kilometers te hebben gemaakt met andere klassiekers van vrienden ben ik ook de tekortkomingen van de D-typen gaan zien die ik vroeger niet zag. Liefde maakt dus toch blind?

Eén van die tekortkomingen werd al op weg naar huis in de regen duidelijk: de ventilatie. De capaciteit van de kachelradiateur is vrij beperkt, wat ook wel duidelijk wordt als je naar het formaat kijkt. Maar de tamelijk zwakke kachelblower helpt dan ook niet echt, waardoor het al snel kiezen wordt. Warme voetjes of een schone voorruit? Het gaat allemaal nét, maar het houdt in ons klimaat niet echt over. In mijn eigen Mercedes uit 1965 is dat bijvoorbeeld veel beter voor elkaar. Om nog maar te zwijgen van het systeem in m’n buurtgenoot z’n Volvo 144!

Daarnaast is er dan het windgeruis en motorgeluid. Heel makkelijk te verklaren natuurlijk: de motor staat maar vier centimeter van het schutbord en de portierruiten hebben geen omlijsting. Dat ga je bij 130 km/h echt wel horen. Met die deuren is nog iets aan de hand: ze zijn licht gebouwd en hangen op twee dunne pennetjes. Gooi je de deur dicht dan rammelt er van alles en na verloop van tijd gaan de bovenkantjes inscheuren, een kwaal die ik nog erg goed ken van mijn vroegere D’s.

Dat brengt mij gelijk naar het hoofdstuk kwaliteit. De rijkwaliteiten kun je gerust geweldig noemen. De bouwkwaliteit is dan toch wat anders. De genoemde rammeltjes in de portieren en inscheuren van de randjes, het goedkoop aanvoelende harde plastic van het dashboard (iets wat bij de modellen tot 1969 gewoon goed in orde was), kromtrekkende deurpanelen, scheef gemonteerde achterlichten en de knipperlichten die toch wat rommelig gemonteerd werden in de trompetten. Vroeger vond ik het allemaal geen enkel probleem. Nu denk ik dan toch “tja, jammer…”  En dat brengt me ook op het punt van het herstel. Want hoe ongelofelijk goed zo’n Snoek ook rijdt, de keerzijde is dat ie ook stuk kan. En gaat…

Uren, dagen, weken, nachten heb ik in mijn garage doorgebracht. Of op de stoep, op de oprit en langs de straat. Remschijven wisselen? Een dag klussen. Koppeling? Minimaal 8 tot 10 uur. Of een distributieketting, hup motor er uit… of er brak een leiding die op een onmogelijke plek door een dorpel loopt. Was je weer een paar dagen verder voor je alles netjes geregeld had. Reparatievriendelijkheid is écht een zwak punt van dit verder zo leuke en goed doordachte concept. Over roest zal je me niet horen, alle ouwe wagens roesten. Volvo’s, BMW’s en Benzen, alles rot en lost op. Maar het dunne plaatwerk van de DS maakt wel dat het een uitdaging blijft om alles netjes strak op het chassis te houden. Mooie naden krijgen (en houden) kan een dag werk zijn en het verloopt met de tijd toch wel weer.

Het laatste wat mij te denken gaf was het volgende: in de jaren dat ik DS reed, zeg van ’95 tot ’05, schroefde ik mijn wagens lekker in elkaar met NOS onderdelen. Nieuwe ouwe voorraad. Spullen van de planken van gestopte dealers, via vriendjes en handelaren opgesnord. Die dagen zijn voorbij. Tegenwoordig moet het met nieuw aangemaakte onderdelen en over de kwaliteit van sommige van die spullen kan ik nog wel een bladzijde volschrijven.

Dit alles deed me denken: zou ik weer kunnen en willen leven met zo’n Franse dame? Zou ik haar d’r nukken, grillen en grappen kunnen vergeven? Het antwoord is duidelijk: nee. Het voelt toch een beetje als sex met je ex. Hét moment is passioneel en uitdagend, maar daarna weet je eigenlijk ook weer snel waarom je bij haar weg ging…

De liefde is definitief voorbij. Maar als buitenvrouw, als minnares voor één nacht, voldoet ze uitstekend.

Reageren? Dat mag in dit draadje!

Tekst: waterman, foto’s: Penny Lane

© Citroën-Forum 2003 - 2019 | adverteren
Facebook