Garage Hydraulique

Citroën-Kathedraal wordt Kunsttempel


Citroën-Kathedraal wordt Kunsttempel

Twee jaar geleden verliet Citroën Belux (de importeur voor België en Luxemburg) het monumentale, 80 jaar oude gebouw aan het Brusselse IJzerplein. Sindsdien stond het deels leeg en werd naarstig naar een invulling gezocht. Nu is de doorbraak bereikt: het wordt een museum voor moderne en hedendaagse kunst.

Dat Citroën over een uitgebreide en ingenieuze ontwerpafdeling beschikt, is een bekend feit. Dat het merk al in 1927 ook een afdeling heeft opgericht die zich uitsluitend bezighoudt met het ontwerpen en inrichten van nieuwe gebouwen om haar innovatieve kracht verder uit te dragen, is minder bekend. De nieuwe afdeling kwam onder leiding te staan van de Franse architect Maurice-Jacques Ravazé. Zijn eerste realisatie, al 2 jaar later, was een tien verdiepingen tellende showroom aan de Rue Marbeuf in Parijs.De toonzaal was opgevat als een theater en al het tentoongestelde fraais kon vanaf de straat worden bekeken. Dit spektakelstuk werd helaas al na 25 jaar gesloopt.
Ravazs tweede innovatie werd in Frankrijks tweede stad gepland. In 1932 werd in Lyon een megaproject geopend dat bekend stond als het grootste garagebedrijf van Europa. Niet gek, gezien de 40.000 vierkante meter (vijf of zes voetbalvelden) vloeroppervlak en een showroom van 15 meter hoog, overkapt met een 300 vierkante meter groot glazen dak. Deze industri?le icoon werd in 1995 uitgeroepen tot nationaal historisch monument.

De oprichting van de “Société Belge des Automobiles Citroën” in 1924 en de bouw van het monumentale bedrijfspand aan het Brusselse IJzerplein 10 jaar later waren voor Citroën en de architectuurgeschiedenis mijlpalen. Voor Citroën was Brussel het eerste volledige productie- en distributiepunt buiten Frankrijk. Toegegeven, de vestiging in Slough bij Londen was al eerder geopend, maar het duurde nog tot 1926 voordat ook daar Citroëns werden geproduceerd.

Ook de bouw van het monumentale complex aan het IJzerplein stond onder leiding van Ravazé en werd uitgevoerd door twee Belgische architecten, Alexis Dumont (1877-1962) en Marcel Van Goethem (1900-1960). Het is met zijn scheutige gebruik van glas en staal helemaal in lijn met de optimistische architectuur van het interbellum. Door de strakke belijning en nog uitbundiger gebruik van staal in plaats van beton zoals in Lyon slechts een paar jaar eerder, doet het gebouw een stuk moderner aan en is een weerspiegeling van “Het Nieuwe Bouwen” dat we verder kennen van bijvoorbeeld de Van Nelle fabriek in Rotterdam (1930), de Boekentoren van de Gentse universiteit (1932) en het Glaspaleis in Heerlen (1933). In het oorspronkelijke concept ging Maurice Ravazé overigens nog uit van zowat een hele Citroënstad, waar je behalve auto’s kopen ook naar de kapper zou kunnen, boodschappen doen of een broodje eten. Dat laatste is uiteindelijk niet gerealiseerd maar dat deed aan de bekendheid van het complex niets af. Al tijdens de bouw werd er internationaal vol lof over geschreven.

Het IJzerplein onderscheidt zich van de hoekige gebouwen in Rotterdam en Gent doordat ronde vormen niet zijn vermeden. Integendeel, met zijn gewelfde afwerking van de ingangspartij, ondersteund door betonnen ronde pijlers, zou je sommige details bijna sierlijk kunnen noemen. Daarmee sluit het gebouw ook heel mooi aan bij een van de architectonische stromingen van drie decennia eerder waarin Brussel bij uitstek uitblinkt: Art Deco. Het “IJzerplein”, zoals het gebouw bekend zou worden, is daarmee een van de fraaiste staaltjes van modernistische architectuur in België. Zo’n kathedraal mag niet leeg staan en verkommeren!

En dat gaat ook niet gebeuren. De Brusselse regering heeft een samenwerkingsovereenkomst gesloten met Citroën om het IJzerplein-gebouw om te vormen tot museum. Een magnifieke oplossing, zowel voor de Brussels kanaalzone, die wel een oppepper kan gebruiken, als voor de kunstwerken die er komen te staan en hangen. Die moeten namelijk komen uit de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België (KMSKB), en wel uit de afdeling moderne kunst. Die is immers sinds 2011 zo goed als gesloten en de kunstwerken, waaronder die van ronkende namen als Dalí, Picasso, Matisse en Miró, leiden een kommervol bestaan in de reserves. Iets moest er gebeuren. Nadat was besloten dat nóg een nieuw museum op de Brusselse Kunstberg (waar onder andere de KMSKB, het Magrittemuseum en het nagelnieuwe Fin-de-Sièclemuseum staan) onwenselijk was en de andere Brusselse bundeling van musea in het Jubelpark te ver weg werd bevonden, kwam het IJzerplein in beeld.

Over jubelen gesproken. De Brusselse autoriteiten zijn laaiend enthousiast en spreken al over het Brusselse MoMA (Museum of Modern Art, New York), en de Brusselse Tate (Tate Modern, Londen). De vergelijking met Tate Modern is zo gek nog niet. Dat museum werd in 2000 ondergebracht in een oude elektriciteitscentrale in een buurt die zeker kon worden opgewaardeerd en geldt nu als een van de mooiste musea voor moderne kunst. Zo zie je maar. Het mooiste van de huidige opzet is wel dat de kunstenaars die zullen worden tentoongesteld hun ‘finest hour’ ongeveer beleefden in de eerste helft van de vorige eeuw. Ze zijn allemaal tijdgenoten van de architecten van het IJzerplein. Architect Alexis Dumont is acht jaar jonger dan Henri Matisse en vier jaar ouder dan Picasso. De heren zijn allemaal tijdgenoot van de Rosalie, de Traction, de 2cv en, vooruit, de DS. Ze zouden allemaal samen in de showroom hebben kunnen staan. Matisse’s Lezende Vrouw uit de verzameling van de KMSKB had zomaar in de directieburelen op het IJzerplein kunnen hangen. Met het tentoonstellen van Juan Miro’s Spaanse Danseres uit hetzelfde jaar dat Citroën in Brussel neerstreek, 1924, is de cirkel rond.

De Brusselse regering sluit niet uit dat er behalve werken van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België ook werken uit de bedrijfscollecties van Belfiusbank en Belgacom in het monumentale gebouw hun plaats krijgen. Belgacom richt zich op de hedendaagse kunst, terwijl in de verzameling van Belfius ook werken zitten van Picasso’s Belgische tijdgenoten zoals Jean Brusselmans, Constant Permeke en Leon de Smet. Ik sluit op mijn beurt niet uit dat PSA een hoekje in dit museum heeft gereserveerd voor het tentoonstellen van enkele klassieke Citroëns en hen kennende ook van de nieuwste wagens. De opening van het museum is voorzien in 2017. Iedereen die van afstand de verbouwingen van de grote Nederlandse en Belgische musea heeft gevolgd, weet dat dat zomaar een beetje kan uitlopen. Als dit project helemaal van de grond komt, kunnen zowel Citroën Belux als de Brusselse musea zich opmaken voor een knallend eeuwfeest in 2024.

Voor meer geschiedenis van het IJzerplein en om te reageren klik hier.

tekst: Kunstenvliegwerk, foto’s: © photo news; http://www.citroenami6.nl ; www.Drivr.be; http://www.fine-arts-museum.be

© Citroën-Forum 2003 - 2019 | adverteren
Facebook