Multi-Value Sales

De Restauratie: Dinky’s DS19


De Restauratie: Dinky’s DS19

De DS. Misschien wel de meest aanbeden auto die Citroën ooit heeft gemaakt. Maar er is iets wat we vaak vergeten aan een DS. Een DS is voor een citrofiel als gaffertape voor een podiumtechnicus: als je even niet oplet trap je erin en volgt je er een naar huis.

Het is de DS vergeven. Je leert er immers snel van houden. En soms kun je eraan zien dat ze je met de moed der wanhoop gevolgd is. Dat geldt zeker voor de DS19 die ondergetekende in het portiek vond (of nou ja, eigenlijk met een partijtje Matchbox meenam). Slecht overgeschilderd, gebutst, vuile ramen, twee volkomen gare banden, een verkeerde band en een geheel ontbrekende: overduidelijk een schuurvondst.

Dinky Toys en de Citroën DS
Wat moet je nou met zo’n DSje? Eerst maar ’s kijken wat het is. Ja hoor: een Dinky Toys Citroën DS19, Made in France. En deze keer niet de versie van Editions Atlas die wegens mateloze populariteit nu haast onontkoombaar is (hoeveel zouden er daarvan overigens werkelijk als speelgoed zijn geëindigd?), maar ‘de echte’. Meccano, het Britse bedrijf dat Dinky Toys maakte, had al in 1912 een vestiging in Parijs geopend. Vanaf 1921 werden Meccano producten ook in Frankrijk gemaakt. Pas in de late jaren ’30 was de reeks Dinky Toys in Frankrijk zover, dat er ‘eigen’ Franse modellen werden gemaakt van onder andere Citroën, Panhard, Peugeot en Simca. In 1951 was de Franse Dinky catalogus als eerste compleet overgeschakeld op de nu standaard schaal van 1:43.

De DS, Dinky Toys nummer 24C, kwam uit in 1956. Twee jaar later werden er raampjes aan toegevoegd. In de catalogus veranderde het nummer daarom van 24C in 24CP. In 1959 verandert de catalogusnummering van Dinky Toys en krijgt de DS het nummer 522. Dat is ook het jaar dat de bolle velgjes worden vervangen door holle velgjes. De DS19 zou tot 1968 in het Franse Dinky Toys programma blijven. Voor zover is na te gaan is de persmal van de bodem nooit op de nieuwe nummering aangepast, zodat de DS19 tussen 1959 en 1968 nauwelijks nog te dateren is.

In 1962 voegt Dinky Toys een ID19 Break aan het programma toe. Als eerste versie verschijnt de ID19 Break Ambulance (nr. 556), voorzien van niet alleen ramen en een zwaailicht, maar ook van een compleet plastic interieur, besturing, vering en een openslaande achterklep. Op basis van deze mal verschijnt in 1963 de ‘burgerversie’ van de Break in een metallic bronskleur (nr. 539). Een bijzondere versie is de camerawagen van Radio – Télé Luxembourg (nr. 1404), die is gebaseerd op de gewone Break en die behalve van de juiste RTL kleurstelling en opdrukken ook is voorzien van een TV-camera en antenne op het dak.

Vanaf 1964 is er van de berline een luxe versie (Dinky nr. 530) met de tweede neus en met openslaande motorkap en kofferdeksel, die vanaf 1967 ook als politiewagen wordt geleverd (nr. 501). De luxe DS blijft tot 1972, het jaar waarin de eigen productie van Dinky Toys in Frankrijk stopt, leverbaar. In 1972 neemt het Spaanse Auto Pilen de mal over. Het model blijft wel als Dinky leverbaar, maar de bodem vermeldt nu ‘Made in Spain’. Later moderniseert Auto Pilen die mal: de neus verandert naar het derde type. Vanaf 1976 is dat model nog een paar jaar als DS23 (maar nog altijd met Dinky nr. 530) leverbaar. En Dinky Toys France zou Dinky Toys France niet zijn geweest als ze niet de ultieme DS in miniatuur zouden hebben uitgebracht: de DS Présidentielle 1-PR-75 (nr. 1435, 1970 - 1972). Uitgerust met Franse vlag, vering, speedwheels, chromen bumpers, werkende verlichting, openslaande kofferklep en achterportieren en een chauffeur, bodyguard en een piepkleine Georges Pompidou op flock bekleding is dat misschien wel het meest grandioze model dat Dinky Toys in Frankrijk heeft gemaakt. Een speciale versie van de Présidentielle (in een blauwe verpakking in plaats van geel) werd in 1971 door het Elysée als kerstcadeau aan kinderen van medewerkers gegeven. Zoals gezegd: hoe Frans kan het worden?

Dinky’s DS19 in restauratie
Om kort te gaan: bij zo’n DSje hoort een heel verhaal. Om in het geval van onze DS19 nog maar te zwijgen van de duidelijk vele, vele uren speelplezier die ’t kleine ding heeft opgeleverd. Zoiets neem je dus in huis, zodat ze een plekje tussen de andere DS-modellen kan krijgen. Eerst dan maar eens kennis maken met haar toekomstige vitrinegenootjes.


Kennismaken met vitrinegenootjes

Goed. Dan heeft ’t DSje eindelijk een thuis tussen de DS modelletjes gevonden. Maar een beetje aandacht zou dit modelletje absoluut goed doen. De Currus verpleegsters nemen de oude dame daarom liefderijk op.

Demontage
Eerst dan maar het moeilijkste: het model moet uit elkaar. Er is eigenlijk niet aan te ontkomen. Dinky Toys zijn sterk genoeg om er de klinkjes uit te boren, maar zoiets is altijd even slikken: het punt waarop je de laatste originaliteit gaat aantasten. Maar laten we eerlijk zijn: in deze toestand is de verzamelwaarde sowieso vrijwel nul. Een volgende verfbeurt is niet origineel, zelfs al zouden we perfect de goede kleur hanteren, maar voor het zicht niet onomkeerbaar. Als ik zin had gehad om deze DS in Bleu Delphinium over te spuiten, had ik dat dan ook zonder meer gedaan, maar aangezien we weten dat ze geel geweest is en dat dat helemaal niet lelijk is, gaan we ook nu weer voor fris citroentjesgeel. Met het dak, dat origineel lichtgrijs is geweest, nemen we iets meer vrijheid: dat wordt nu beige.


De oude bandjes kunnen nu verdwijnen. Het zwarte exemplaar is wel nog gewoon intact, dus die gaat in de voorraad reserveonderdelen. De andere twee zijn volledig rot en verdwijnen is de vuilnisbak. Vier nieuwe witte bandjes zijn geleverd door MK Models, die nog veel meer onderdelen voor diverse miniaturen kunnen leveren. Nu gaan we eerst maar eens met afbijtmiddel aan de gang.


Lakwerk
De verf aan de binnenkant is nog origineel en eigenlijk in prima staat. Dat gaan we dus zo laten. Dat betekent afplakken, want de buitenkant moet eerst worden ontvet en in de primer gezet. In de tussentijd kan dan de bodemplaat opgeknapt worden. Scotchbrite is ideaal voor het strippen en redelijk glad maken, waarna een kwastje Owatrol volgt bij wijze van roestpreventie (ook een Dinky DS heeft een geperst stalen bodem). Daarna wordt de bodem in de primer gezet en hoogglans zwart afgelakt. De koets kan inmiddels weer netjes citroengeel* worden gespoten (*dat is een leugen: in werkelijkheid is ze met Opel 485 ‘Ananas Gelb’ overgespoten).


Met de koets strak in de gele verf zijn we er nog niet: het dak moet nog beige worden gemaakt. De fabriek gebruikte daarvoor spuitmalletjes, en zoiets is van een stuk karton snel gemaakt. Nadat er voldoende droogtijd in acht is genomen wordt de mal onder de dakrand geklemd. Het dak beige maken is daarna snel gepiept. Als ook dat droog is, komen de busjes modelbouwverf van Humbrol en Revell tevoorschijn om de zilvergrijze en rode accenten weer aan te brengen. Hierbij kiezen we ervoor om de keienbak geel te laten. Bij Meccano werd die met de grille en bumper mee zilvergrijs gespoten, omdat de DS19 tot 1957 aluminium beslag op de keienbak had. We weten echter dat onze DS van 1959 of later is, en dan is een keienbak in carrosseriekleur correct.  We gaan ook de achterlichten, knipperlichten en nummerplaten correct accentueren (ook hier: de DS had in 1959 inmiddels RVS trompetten in plaats van rood kunststof). Dat is dan misschien niets voor de purist, maar zoals gezegd zijn we met dit model, dat in principe alle verzamelwaarde al verloren heeft, vrij om dit soort kleine afwijkingen toe te passen. Bovendien hebben we waar het kan de originele toestand zo veel mogelijk behouden.

De montage
Het eerste onderdeel dat we bij de montage weer nodig hebben, is de vensterpartij. Die is tamelijk bekrast en bovendien zit er verf op. Nieuwe zijn leverbaar, maar de bestaande is niet stuk. De oude verf wordt voorzichtig verwijderd, waarna een poetsbeurt met koperpoets de twee delen weer een eind op weg brengt naar een fatsoenlijke staat.

Nu kunnen we de assen met de wieltjes weer op hun plek leggen en het geheel sluiten met de bodemplaat. Met vier nagelnieuwe witte bandjes (een klein beetje talkpoeder gebruiken voor het behoud ervan) kan de kleine DS er weer jaren tegen. Voor het vastzetten van de bodemplaat, waarvan immers de klinken zo’n operatie niet overleven, zijn diverse mogelijkheden. Eenvoudigweg lijmen met zoiets als secondelijm kan, maar het risico is groot dat de damp daarvan wit neerslaat op eventuele vingerafdrukken die je in de raampjes achterlaat. Epoxy kan dan een alternatief zijn. Om dat onzichtbaar af te werken, zijn er imitatie klinkkopjes in de handel. Er zijn zelfs setjes met een passend boortje en nieuwe klinkjes te vinden. Wij kiezen ervoor om de bodem vooralsnog met twee nette roestvrij stalen schroefjes vast te zetten, en wel hierom: elke illusie dat het om een ongerestaureerd, perfect exemplaar gaat wordt hierdoor voorkomen. Ook kan het model in het vervolg simpel open voor verder herstel (denk aan nieuwe raampjes) of een nieuwe overspuitbeurt. Bovendien geeft het gebruik van schroefjes geen enkele hinder als er later alsnog imitatieklinkjes in zouden moeten.


Als de bodem weer gemonteerd is, is de DS klaar. Zie maar eens hoe stralend dat er weer bij staat naast het Atlas-DSje!

Restauraties zijn een (meestal) aangename bezigheid die binding geven met het object. Mocht er je dus een DS(je) naar huis volgen dat wel wat aandacht kan gebruiken, laat dan niet na om de DS in kwestie die aandacht te geven. Op de weg of op de schoorsteenmantel: je krijgt er altijd veel plezier voor terug.

Wil je reageren op dit bericht? Dat kan in het draadje Dinky’s DS.

Tekst en foto’s: Penny Lane

© Citroën-Forum 2003 - 2017 | adverteren
Facebook