Per Jumpy door Marokko 7


Per Jumpy door Marokko 7

In aflevering 7 van zijn Marokko-reisverslag neemt Kees “Visa GTI 115” ons mee naar Tan-Tan Plage aan de westkust. We zien niet alleen sprinkhanen, maar ook dromedarissen, woestijnratten die kadavers afkluiven en gestreepte eekhoorntjes. We eten uit de tajine.

Zondag 16 mei: Tata > Tan-Tan Plage, 455 km
De dag begint prachtig. Bij een tankstation aan de rand van de stad gooien we de tank vol. Zodra je de stad verlaat, ben je weer geheel op jezelf aangewezen: je komt in de woestijn bijna niemand tegen. De volgende stad van enige omvang ligt 245 km verder. We komen weer in een sprinkhanenkolonie terecht en de voorkant van de auto zit weer helemaal dicht. We halen ze weer uit de luchtinlaat en rijden verder. Even later hetzelfde: duizenden van die beesten springen van de weg omhoog en alles zit weer vol. Ik laat ze nu zitten en hou de temperatuur in de gaten. Onderweg veel herders met hun schapen, geiten en soms een hele karavaan dromedarissen. Ook passeren we het dorpje Akka, waar we een in de rotsen uitgehakte graanopslag zien die nog gewoon in gebruik is.

Na tweeënhalf uur rijden komen we in Bouizakarne, een bruisende stad met brede wegen. Aan deze wegen heeft iedereen een werkplaats. Daar lassen ze hekken in elkaar en maken ze mooie houten kasten en tafels. Even verderop sleutelen ze aan auto’s, maar dat doen ze haast overal en steeds op straat. De milieupolitie zou hier nog een eeuw werk hebben om er wat van te maken. Als je dat vier weken hebt gadegeslagen in dit land, vraag je je af waar ze zich bij ons allemaal druk om maken. Deze mensen hebben heel andere dingen aan hun hoofd. Na Bouizakarne gaan we nog verder naar het zuiden. Ongeveer 40 km verder ligt Guelmim, een stad met 38.000 inwoners. Daarna weer 125 km woestijn tot aan de stad Tan-Tan. Het stikt hier bij de kadavers langs de weg van de woestijnratten. Ook zie je hier van die leuke gestreepte eekhoorntjes zitten.

Zo’n 10 km voor Tan-Tan worden we bij een controlepost aangehouden en willen ze voor het eerst onze paspoorten zien. Die worden zorgvuldig bestudeerd en ons wordt gevraagd waarnaar we op weg zijn en hoelang we willen blijven. Het was eerst de bedoeling om door te rijden tot Dakhla. Het is ons onderweg echter door diverse andere reizigers afgeraden. Dat doe je alleen met een groep auto’s, want die 800 kilometer zijn wel erg ver. De campings daar zouden allemaal slecht of voorgoed gesloten zijn en Dakhla niet de moeite waard van zo’n eind door de woestijn te rijden. Of je moest van vissen houden, dan kon je daar je hart ophalen. Ik hou niet van vissen, maar wel van vis eten…

Vis eten doen ze hier in Tan-Tan ook: er is een grote industrie voor het inblikken van sardines. Ook hebben ze hier heel goedkope dieselolie in de aanbieding. Hoe verder naar het zuiden, des te goedkoper de brandstof, ook aan de merkpomp. Dat is nooit weg als je zo’n grote reis maakt.

Tan-Tan heet ons welkom met twee enorme beelden van dromedarissen. Het weer is slecht: veel bewolking en relatief koud. We besluiten om verder te rijden naar Tan-Tan Plage of volgens de vroegere Spaanse benaming: El Ouatia. We zoeken een camping, maar die blijkt er niet te zijn. Er is wel een hotel-restaurant met de naam Equinox, met Franse beheerders Jo en René Denis en een uiterst grappig meisje in de bediening. Tijdens het eten leert ze mij Arabische woorden en doet ze mijn Nederlands na. Haar gaat het beter af dan mij, maar de pret is er niet minder om. We krijgen een heerlijke stoofschotel geserveerd vanuit de tajine: een soort middeleeuwse magnetron. Op ons verzoek verschijnt er ook een fles wijn op tafel. Voor het eerst in lange tijd hebben we weer een normaal bed en de grootte van een echte slaapkamer doet ons goed.

Je kunt op dit artikel reageren in het topic De Jumpy-avonturen van Visa GTI 115.

tekst en foto’s: Visa GTI 115

© Citroën-Forum 2003 - 2022 | adverteren
Facebook