VIN (chassisnummer): Hoe & wat


VIN (chassisnummer): Hoe & wat

Het Vehice Identification Number oftewel VIN. In de wandelgangen nog altijd het chassisnummer. Een hele reeks cijfers en letters waaruit je onderdelenleverancier zo kan opmaken hoe je auto uit de fabriek gerold is. Maar hoe doen ze dat? Kwestie van weten wat er allemaal voor informatie in het VIN is ondergebracht.

Behalve de APV/PR-code krijgt elke auto een Vehicle Identification Number (VIN) mee. Het VIN is ook wel bekend als het chassisnummer, hoewel het VIN een wereldwijd identificatiesysteem is en het chassisnummer een identificatie die per fabrikant werd vastgelegd.

Klassieke Citroëns hebben wel een chassisnummer, maar dus geen VIN: bijvoorbeeld DSFG00FG0001 is een chassisnummer dat alleen bij Citroën werd vastgelegd (type DS, serie FG = 23IE Berline, reeksnummer 00FG, volgnummer 0001). Het VIN werd pas in 1981 gestandaardiseerd door de National Highway Traffic Safety Administration. In 1983 werd de norm overgenomen door de International Organization for Standardization (ISO3779). Op Citroëns van vóór die datum zul je een VIN dus niet vinden (maar natuurlijk wel een chassisnummer). Uit het VIN kun je verschillende gegevens met betrekking tot je Citroën halen. Hoe dat werkt, leggen we hieronder uit.

Het VIN bestaat uit een aantal delen: de eerste drie tekens vormen de World Manufacturer Identifier (WMI). Dit zijn wereldwijd geldende codes per fabrikant. De WMI is opgebouwd uit drie tekens, die land en fabrikant aangeven. De eerste twee tekens geven het land van herkomst aan. Codes beginnend met S tot en met Z zijn voor Europese fabrikanten gereserveerd; daarbinnen zijn de codes VF, VN en VR voor Franse fabrikanten gereserveerd. Bij Citroën verschijnt hier VF en DS gebruikt VR. Het derde teken geeft de fabrikant aan (Citroën gebruikt 7, DS gebruikt 1).

Voor Citroëns geldt dus dat elk VIN begint met VF7; elke DS heeft een VIN dat begint met VR1. Voor de volledigheid: PSA gebruikt VF3 voor Peugeot en W0L voor Opel/Vauxhall. Talbot, het PSA-merk dat in onbruik geraakt is, heeft VF4 als WMI.

Na de WMI zijn er zes tekens gereserveerd voor de Vehicle Descriptor Section (VDS). Dit is het interessantste gedeelte van het VIN: in dit gedeelte wordt beschreven over welk type auto en welke technische uitvoering het gaat. Elke fabrikant kan de codering in dit gedeelte van het VIN zelf inrichten. Bij PSA wordt met het eerste teken de modelserie en met het tweede teken de koetswerkvariant beschreven. De Xantia heeft bijvoorbeeld letter X voor de modelserie gevolgd door cijfer 1 voor een Berline en Break, cijfer 2 voor een Xantia 2 Break en cijfer 7 voor de Xantia 2 Activa (TCT, V6 en diesel). Zie je ergens een los VIN met als eerste vijf tekens ‘VF7X2’, dan weet je al dat het VIN van een Xantia 2 Break afkomstig is.

Na de modelserie en de koetsvariant volgt de motorcode (drie tekens). Het eerste teken (derde van de VDS) geeft de cilinderinhoud weer (zie tabel). Letter L zou hier staan voor een inhoud van 1.761cc. Het tweede teken (vierde van de VDS) geeft de brandstofsoort en het type brandstofvoorziening aan (zie tabel). De letter F geeft aan dat het om een benzinemotor met multipoint-injectie gaat. Het derde teken (vijfde van de VDS) geeft de ontwikkelingsversie en/of de milieunorm van de motor aan. Bijvoorbeeld de 1.8L motoren in de Xantia: de XU7JP heeft code LFX of LFZ afhankelijk van welke ontwikkelingsversie gebruikt is, de XU7JP4 heeft code LFY.

Dan volgt nog één teken voor de versnellingsbak en milieunorm (VDS positie 6, zie tabel). Op deze plaats wordt bij auto’s die op de Noord-Amerikaanse markt worden verkocht een zogeheten ‘check digit’ ingevuld die berekend wordt uit de andere 16 tekens van het VIN. PSA levert niet in Noord-Amerika en is dus vrij om deze positie anders in te vullen. Dat doet PSA, in ieder geval voor de Franse merken, met een code voor het gebruikte type versnellingsbak/aandrijving en de milieunorm. Bij een Xantia 1.8 zou daar A of F verschijnen voor een handgeschakelde vijfbak volgens Euro2-norm of de letters D of M voor een automatische vierversnellingsbak volgens Euro2-norm. In totaal zou je bij een Xantia Break 1.8i 16V met 5-bak dus als VDS de reeks ‘X2LFYF’ zien oftewel een VIN dat begint met VF7X2LFYF.

Na de VDS begint het acht tekens tellende veld dat Vehicle Identifier Section (VIS) wordt genoemd. Hier wordt het unieke volgnummer (serienummer) voor de auto ondergebracht.

Oudere VIN-codes van Citroën hebben nog lang gebruik gemaakt van het systeem van chassisnummers dat in de loop van 1971 bij Citroën werd ingevoerd en waarvan aan het begin van deze post het voorbeeld van een DS23IE werd gegeven. In feite werd gewoon het oude systeem ‘ISO3779 Compliant’ gemaakt. Dat wil in de praktijk zeggen: vóór de type- en variantcodes werd de WMI toegevoegd en om het VIN uit 17 tekens te laten bestaan werd na de variantcode een dubbele nul ingevoegd. In de VDS werd op die manier in vier tekens de modelreeks en -variant beschreven. Daarin lag de motorisering ook vast (zoals we zagen dat een DS serie FG een DS23IE Berline is). De VDS werd verder ingevuld met nullen (‘lege’ posities), waarna het serienummer volgde in de gebruikelijke opzet van bouwreeks, variantcode en volgnummer. Als voorbeeld een BX 19 TGD Break met VIN VF7XBXF0017XF8094: VF7 (Citroën) XB (model BX) XF (Break, 19D) 00 (niet gebruikt) 17XF8094 (serienummer: reeks, type & volgnummer). Uiteindelijk is dat in oude Citroën-terminologie hetzelfde als chassisnummer XBXF17XF8094. Zou je de eerder genoemde DS23IE een VIN moeten geven, dan zou Citroën daar VF7DSFG0000FG0001 van hebben gemaakt. Dit systeem is onder andere te vinden op late A-types, Visa, C15, LNA, AX, BX, CX en ZX, Xantia 1a/b en XM.

Met ingang van de Saxo wordt het systeem ingevoerd dat we eerder beschreven, met een positie voor de modelreeks en koetswerkvariant, drie posities voor de motor en een versnellingsbak-code (bijvoorbeeld S6 voor een Saxo VTS, NFX voor een 1.6 16V TU5JP4 en B voor een Euro3-vijfbak; een Saxo 1.6 VTS heeft dan als code VF7S6NFXB). Dit systeem werkt ook voor de Xsara, Xsara Picasso, Berlingo en Xantia 2. Alle C-types inclusief Picasso en Aircross gebruiken deze opzet.

Dan zijn er nog een paar kleinigheden met ‘dubbel’ voorkomende coderingen. Typecode N2 kan zowel een ZX Berline als een Xsara Break zijn. In dat geval kom je terug bij de complete VDS. Bij de ZX is dat dan bijvoorbeeld N2E400, wat staat voor een ZX Berline (N2) 1.8(E4) en twee lege posities (00), terwijl de VDS van de Xsara Break dan bijvoorbeeld N2NFUF is, wat staat voor een Xsara Break (N2) 1.6i 16V (NFU) met Euro2 5-bak (F). Over het geheel van de VDS komen coderingen dan niet meer ‘dubbel’ voor. Het hergebruiken van de N als modelcode voor de Xsara komt voort uit het gegeven dat PSA de modelcode als ‘familiecode’ beschouwt. De Xsara valt dan, als opvolger van de ZX, in dezelfde familie als de ZX. Iets dergelijks gebeurt bij de Picasso-modellen. Als de Xsara Picasso een ‘monospace’-versie van de Xsara is, zou je als body-code NH verwachten (N voor Xsara, H voor monospace). Het blijkt echter dat alle Picasso-modellen de familiecode C gebruiken: een Picasso-model is dus altijd van bodycode CH voorzien. Het identificatieveld vertelt welk exacte model het uiteindelijk is, omdat van elk uniek identificatienummer is vastgelegd om wat voor auto en met welke fabrieksuitrusting het gaat.

NB: het derde teken in de VDS geeft de ontwikkelingsversie van de motor weer. Er is, behalve het met elke nieuwe versie alfabetisch oplopen van dit teken, geen eenduidige betekenis aan te geven.

Bronnen:
Lycée Gaston Barré, 2013. Baccalauréat Professionel Maintenance des Vehicules Automobiles, Session 2012 - 2013, Le Détail des Schémas de P.S.A.. Académie Poitiers/PSA Peugeot Citroën.

De Lange, J. & John Reynolds, 1996. De Originele Citroën DS. De Complete Gids voor Alle DS en ID modellen. Elmar BV, Rijswijk

http://forum-auto.caradisiac.com/marques/citroen/sujet35882.htm

Dit artikel is gebaseerd op lopend onderzoek. Heb je correcties en/of aanvullingen? Mail ze naar redactie@citroen-forum.nl!

© Citroën-Forum 2003 - 2019 | adverteren
Facebook